‘Ik ben blij dat Anton jou ervan weerhouden heeft om als vrijwilliger naar Indonesië te gaan’, zei Anna nadat ik haar daarover verteld had. ‘Anders had ik je wellicht nooit ontmoet’. ‘Ach, dan had je wel iemand anders ontmoet’, reageerde ik laconiek. ‘Had je dan liever gehad dat ik met een ander getrouwd was?’, vroeg Anna met gefronste wenkbrauwen. ‘Nee, zo bedoelde ik het niet’, haastte ik mij te zeggen, ‘maar dan had je toch ook niet geweten wat je miste. Dat is wat ik bedoel’. Blijkbaar was ze toch wel blij met me, ook al mopperde ze vaak omdat ik niet de man was die ze gehoopt had dat ik zou zijn.

‘Je neemt nooit eens spontaan een bloemetje voor me mee’, zei ze ooit teleurgesteld tegen me. Maar toen ik de volgende dag een bloemetje voor haar meenam, was dat ook weer niet goed. ‘Dat doe je alleen maar omdat ik je daar op gewezen heb’, meende ze. ‘En daarbij vind ik het zonde van het geld’, voegde ze er aan toe. Nou moet ik toegeven dat ik niet altijd even attent ben. Ik leef nogal in mijn hoofd en heb de neiging om me soms nauwelijks bewust te zijn van mijn omgeving.

Ik liep een keer in de stad omdat ik een boek wilde kopen. Blijkbaar had Anna besloten dat ze de stad in zou gaan om nieuwe kleren te kopen. En blijkbaar waren we elkaar tegengekomen, maar had ik haar niet gezien. ‘Je liep me straal voorbij’, zei Anna verbolgen. ‘Je komt je eigen vrouw tegen in de stad en je ziet haar niet eens’. Ja dat zou zo maar kunnen. Ik neem mijn omgeving inderdaad nauwelijks waar als ik in gedachten ben. Dan navigeer ik op de automatische piloot. Ik zie mijn omgeving dan wel, maar negeer blijkbaar alle details.

Het is niet dat ik blind ben voor mijn omgeving, maar als ik mij ergens op focus dan vergeet ik de rest. Vroeger als kind kon ik uren in de tuin zitten om naar mieren te kijken die tussen de grassprieten liepen of langs een stengel van een plant omhoog klommen om luizen te gaan melken. Dan vergat ik de rest van mijn omgeving, totdat mijn aandacht getrokken werd door het fluiten van een vogel. Dan kon ik daar intensief naar gaan zitten luisteren en hoorde ik mijn moeder niet die me voor het eten riep. Of liever gezegd, ik hoorde haar wel, maar ze drong niet tot me door.

Anna heeft daar altijd slecht tegen gekund. ‘Ik vind het gewoon onfatsoenlijk van je dat je je zo voor me afsluit’. Ik weet niet hoevaak ze dat wel niet heeft gezegd. Daarom heb ik me aangewend om, als ik bij Anna in de buurt ben, me op Anna te concentreren en op niets anders. Want als ik dat niet doe, dan zorgt Anna wel dat ze mijn aandacht opeist. Alleen is ze dan niet meer te genieten.

Toch heb ik het met Anna wel getroffen. Zij regelt alles. Ik zou een versleten onderbroek gewoon weer aantrekken en pas nieuwe onderbroeken gaan kopen als ze zo versleten waren dat ik ze echt niet meer aan zou kunnen. Anna gooit een onderbroek die versleten is meteen weg en koopt een nieuwe. Meestal heb ik dat niet door. “Heb je gezien dat ik een aantal nieuwe onderbroeken voor je gekocht heb?’, vraagt ze dan. ‘Eh, wat lief?’. ‘Of je gezien hebt dat ik een aantal nieuwe onderbroeken voor je gekocht heb, en degenen die versleten waren weg heb gegooid?’. ‘Jaja’, zeg ik dan snel, ook al was het me helemaal niet opgevallen. ‘Het zal wel’, concludeert Anna dan licht geïrriteerd.

Ergens begrijp ik haar wel. Het moet ook niet altijd even gemakkelijk zijn om met zo’n verstrooide man getrouwd te zijn. Maar ik doe heus mijn best wel om haar tevreden te houden. Dat is ook wat ik vaak tegen Aron en Nora heb gezegd: ‘Luister naar je moeder en doe er alles aan om het haar naar de zin te maken. Dat is de beste manier om het gezellig te houden in huis. Als mama maar tevreden is, dan is het goed’. Andersom is het zo dat als Anna niet tevreden is, de sfeer in huis niet te harden is. En dat wil ik kost wat kost proberen te voorkomen.

 


 

Sinds ik ’s nachts regelmatig wakker word omdat ik steeds vaker moet plassen, en ik tot voor kort nog opstond om naar het toilet te gaan, is het me opgevallen dat ik, vlak voordat ik echt wakker ben, de meest vreemde gedachten in mijn hoofd heb. Het gekke is dat ik bijna meteen weer vergeet wat ik vlak daarvoor dacht. Wat ik wel weet is dat ik ook in die gedachten vooral in woorden denk. Alleen niet volgens de logica die mijn gedachten als ik wakker ben kenmerken.

Volgens de meeste psychologen verwerken we onze ervaringen overdag in onze dromen. Maar de meeste dromen onthouden we niet, dus hoe kun je dan weten of die dromen bedoeld zijn om de ervaringen van overdag te verwerken? Misschien leven we wel twee verschillende levens, die weliswaar met elkaar verbonden zijn, maar toch ieder hun eigenheid hebben. Het zou ook kunnen zijn dat wat we in de werkelijkheid doen bepaald wordt door de ervaringen die we in onze dromen opdoen. Wie zal zeggen wat oorzaak en gevolg is? Als er al een oorzaak en gevolg is.

Bij mezelf heb ik vaak de indruk dat mijn gedachten als ik wakker ben los staan van de gedachten die ik heb als ik slaap en dat ik me als ik wakker ben alleen maar die gedachten realiseer die ik bewust heb en die gedachten die zich in het gebied tussen dromen en waken bevinden. Dat wil zeggen dat ik me bewust ben dat er in die overgangsfase gedachten zijn omdat ik me er heel even bewust van ben, maar dan verdwijnen ze weer op het moment dat ik echt wakker ben.

Misschien ben ik me, als ik droom, wel helemaal niet bewust van de gedachten die ik heb als ik wakker ben. Alsof die droomtoestand een totaal andere bewustzijnstoestand is dan de toestand als ik wakker ben. Twee levens die zich parallel afspelen en op de een of andere manier wel verbonden zijn zonder zich bewust te zijn van elkaar. Alsof ieder mens feitelijk een dubbele persoonlijkheid heeft. Een dubbelleven leidt

En als dat zo is, zou het dan niet kunnen dat je als je gestorven bent gewoon naar een ander bewustzijnsniveau getransporteerd wordt? En is dat bewustzijnsniveau dan wellicht ook weer verdeeld in een wakkere staat en in een droomstaat? En zijn je gedachten na je dood zich dan nog bewust van de gedachten die je tijdens je leven had, of staan ze daar los van? En als dat niet zo is, ben je dan na je dood nog wel dezelfde persoon die je was voor je dood?

En eigenlijk is de vraag nu al of ik dezelfde persoon ben als ik wakker ben en als ik droom. Omdat ik me nauwelijks kan herinneren wat ik droom, kan ik daar nooit achter komen. En stel dat er een hiernamaals is, zal ik daar dan nog wel weten wat ik hier wakker gedacht heb of wat ik hier heb gedroomd? Ik ga er overigens van uit dat er geen hiernamaals is, maar voor de volle honderd procent zeker ben ik daar niet van. Als er geen hiernamaals is zal ik dat nooit weten en als er wel een hiernamaals is, is de kans groot dat ik me in dat hiernamaals helemaal niets kan herinneren van dit leven dat er aan voorafging.

Het zou zelfs kunnen dat het leven dat ik nu leid een vorm van hiernamaals is, maar dat ik me het bestaan hiervoor simpelweg niet meer kan herinneren. Als je al geen toegang hebt tot de helft van je gedachten tijdens dit leven, dan heb je al helemaal geen toegang tot gedachten die zich op een totaal ander niveau bevinden. Een niveau dat zelfs nog verder weg is dan je droomtoestand.

Ik moet ineens denken aan mensen die aan PTSS lijden. In hun slaap herbeleven ze die traumatische gebeurtenissen soms alsof die nogmaals plaatsvinden. Daar schrikken ze dan wakker van, juist omdat de wereld waarin ze wakker waren in hun droomwereld infiltreert. Blijkbaar hoort dat niet. De wakkere wereld en de droomwereld dienen gescheiden te blijven. Als ze zich teveel en te intensief vermengen ontstaat een stoornis of door een stoornis vermengen ze zich teveel en te intensief. Wat gevolg en wat oorzaak is niet altijd even duidelijk.

Ik denk dat we in twee verschillende werelden leven, die parallel aan elkaar bestaan, op een bepaalde manier met elkaar verbonden, zoals alles met alles verbonden is, maar toch los van elkaar. En dat het niet goed is als de ene wereld de andere wereld teveel infiltreert. In de wakkere wereld communiceren we met elkaar. In de droomwereld communiceren we met ons zelf. Misschien wel in een wereld die we zelf creëren. En ook al creëren we die droomwereld zelf, dat betekent niet dat die wereld niet net zo echt is als de wereld waarin we wakker zijn.

Tenminste dat denk ik. Maar zeker weten doe ik het niet.

Misschien dat ik het in mijn dromen wel weet.

Misschien ook niet.