ruud moors ik leef nog aflevering 7
Ik geloof niet dat Anna met mij getrouwd is vanwege het geld. Om heel eerlijk te zijn, denk ik dat ze dan wel een betere partij had kunnen vinden. Volgens Anton zocht Anna een man die ze afhankelijk kon maken en koos ze daarom voor mij. ‘Ja, maar waarom klaagt ze dan zo vaak dat ik in alles afhankelijk van haar ben’, wierp ik tegen. ‘Want er gaat feitelijk geen dag voorbij dat ze niet moppert over het feit dat alles op haar neer komt. Dat als zij de boel niet goed regelt alles in de soep zou lopen. Dus als het haar wens zou zijn dat ik afhankelijk van haar ben, waarom doet ze daar dan zo moeilijk over?’.
Anton dacht even na en zei toen: ‘Dat is, volgens mij, omdat ze zichzelf duur wil maken. Ze kiest er weliswaar zelf voor om alle geregel naar zich toe te trekken, maar daar wil ze wel voor gewaardeerd worden. Dus is ze continu bezig duidelijk te maken hoe belangrijk haar functie in jullie gezin is’. ‘Toch word ik daar wel eens moe van’, zuchtte ik. ‘Ja, dat kan ik me voorstellen’, beaamde Anton, ‘het is ook ingewikkeld’.
‘Ik probeer het leven voor haar zo licht mogelijk te maken door alles te doen wat ze van me vraagt, maar het is nooit genoeg of het is niet goed genoeg. Tegelijkertijd kan ik niet ontkennen dat ze alles perfect in orde brengt. Ik ken niemand anders die zo efficiënt het huishouden bestiert als Anna. Dus eigenlijk heb ik niets te klagen’. ‘Nou’, zei Anton, ‘dat gemopper van Anna is gewoon niet leuk. En dat mag je ook best vervelend vinden, lijkt me’. ‘Ja, maar toch, ze bedoelt het goed’, merkte ik op. ‘Tja’, zuchtte Anton, en ik wist niet of dat een bevestiging was of dat hij daarmee twijfel wilde uitdrukken.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar zelf ook niet uit ben. Dat Anna de dingen goed regelt staat voor mij vast. Ik zal dat ook nooit ontkennen. Ik zeg haar ook vaak hoe blij ik met haar ben omdat ze alles zo goed regelt, maar hoe vaak ik het ook zeg, het lijkt nooit voldoende te zijn. En hoe beperkter ik door mijn lichamelijke ongemakken ben, hoe meer zij klaagt dat het haar allemaal wel heel zwaar valt. Dat geloof ik best. Zij wordt ook een dagje ouder. Maar dat ze mij kwalijk neemt dat ik volgens haar niet meer voldoe, doet me pijn.
Ik voel me daardoor steeds vaker een sukkel, een mislukkeling. Dat zei ik laatst nog tegen Nora. ‘Ik ben echt een sukkel geworden. Ik voel me echt een mislukkeling’, zei ik. ‘Papa’, zei ze, ‘je bent gewoon oud. Dat je daardoor niet constant meer voor mama klaar kunt staan betekent niet dat je een mislukkeling bent. Mama is gewoon niet altijd even aardig’. Ik vind het moeilijk als ze zo over haar moeder praat. Maar ik begrijp het ook. Toch heb ik dan meteen de neiging om het voor Anna op te nemen. ‘Maar ze is ook de jongste niet meer’ zei ik. ‘Dat is geen excuus papa, ze heeft niet het recht zich zo op je af te reageren’. Eigenlijk heeft Nora wel gelijk.
Vroeger was het gemakkelijker om Anna tevreden te houden. Maar ja, toen kon ik ook veel meer. Toen had ze nog veel meer aan me. Ik rijd al ruim tien jaar geen auto meer, dus als ze ergens naar toe wil kan ik haar niet brengen. Anna heeft geen rijbewijs. Autorijden heeft ze altijd als mijn taak beschouwd. Als ze ergens naar toe wilde dan schreef ze dat in mijn agenda en dan bracht ik haar waar ze wilde zijn, en haalde haar ook weer op.
Ook de boodschappen deden we altijd samen, zodat ik die voor haar kon dragen. En als ze naar haar naaiclub wilde dan bracht ik haar en haalde haar twee uur later weer op. Meestal was ze dan in een uitstekend humeur, maar een enkele keer had iemand iets gezegd of gedaan waar ze zich aan had geërgerd en dan had ze een bijzonder slecht humeur. Dan hield ik uit voorzorg maar mijn mond omdat alles wat ik eventueel zou zeggen in verkeerde aarde zou vallen. Maar al die keren dat ze in een goed humeur was, genoot ik van haar sprankelende aanwezigheid.
Zeker omdat ik in de tijd die zij bij de naaiclub was, even langs ging bij Anton om onder het genot van een kop koffie en één borrel, ik moest immers nog rijden, samen met hem de week door te nemen. Dan praatten we over politiek, waar Anton naar mijn idee altijd extreme standpunten over innam, en over kunst en muziek of wat er ook maar ter tafel kwam. Op de een of andere manier knapte ik altijd enorm op van die bezoekjes aan Anton, waardoor ook mijn humeur meestal uitstekend was tegen de tijd dat ik Anna op ging halen.
Anton had iets wat Anna mist. Humor. Ik heb bij Anna altijd het gevoel dat, zelfs als ze om een grapje lacht dat niet is omdat ze dat grapje begrijpt, maar alleen omdat ze wel aanvoelt dat een opmerking als grapje bedoeld is. Dan lacht ze plichtmatig omdat ze voelt dat dat de bedoeling is, niet omdat ze dat grapje ook echt begrijpt. Zo lachte ze om veel opmerkingen die Anton maakte, omdat hij vaak grappig bedoelde opmerkingen maakte. Een enkele keer lachte ze ook als Anton een opmerking wel degelijk serieus meende. Anton kon grappig uit de hoek komen, maar soms kon hij ook een scherpe opmerking maken die de kern van de zaak precies raakte, zonder dat er ook maar een zweem van humor in zat.
Ik mis hem.
Van alle mensen die ik ooit gekend heb, mis ik hem het meest. We hadden aan een half woord genoeg. Ondanks de verschillen tussen ons waren we innig verbonden. Alsof die verschillen er totaal niet toe deden. Misschien vulden we elkaar juist wel aan door zo van elkaar te verschillen. Hij zette me aan het denken, juist door uitspraken te doen die in mijn ogen nogal extreem waren. Andersom was dat ook zo. Juist omdat ik nogal conformistisch denk, en dat ook uitsprak, daagden we elkaar tot nadenken uit.
En ja ik mis mijn moeder. En ik mis mijn broers en zussen, die, hoewel ze jonger waren dan ik, nu allemaal al dood zijn. Maar ik mis ze niet zoals ik Anton mis. Om heel eerlijk te zijn mis ik Anton meer dan ik Anna zou missen, als zij gestorven was in plaats van Anton. Mijn vader mis ik niet echt. Nou ja, een beetje zoals je kiespijn mist. Het was geen plezierige man. Altijd chagrijnig en betweterig. Een heel vervelende combinatie. Nee. Eerlijk gezegd was ik opgelucht toen hij doodging.
En ik was niet de enige. Mijn moeder overleefde mijn vader ruimschoots. Toen mijn vader tien jaar dood was, vroeg ik haar of ze hem miste. ‘Wil je een eerlijk antwoord?’, was haar wedervraag. ‘Natuurlijk mama’, zei ik. ‘De afgelopen tien jaren waren de gelukkigste jaren van mijn leven’, zei ze. Dat vond ik nogal heftig, want haar gezondheid was in die tien jaren nogal achteruit gegaan, waardoor ze in een rolstoel was beland. En toch waren juist die laatste tien jaren de gelukkigste van haar leven. Het huwelijk met mijn vader moet dus wel een beproeving voor haar geweest zijn.
Niet lang daarna stierf zij ook. Met een glimlach op haar gezicht. Ik was blij dat ze in ieder geval de laatste tien jaren nog gelukkig was geweest. Elke avond voor het slapen gaan nam ze een borrel. Iets wat mijn vader haar nooit zou hebben toegestaan. Als ik bij haar op bezoek ging, gingen we samen de stad in om in een koffietent een lunch tot ons te nemen. Ook al een luxe die ze tijdens haar huwelijk nooit gekend had. Ik heb haar, toen ze in kist lag, nog een kus gegeven. Het was goed zo.
Maar toen Anton stierf was dat een schok. Omdat ik zijn contactpersoon was, werd ik gebeld toen hij in het ziekenhuis lag nadat hij was overreden door een auto die was doorgereden en hem op de lange lintweg had laten liggen. Daar werd hij later door een voorbijgaande fietser gevonden. Zwaargewond. Toen ik in het ziekenhuis kwam was hij net overleden. Dat ik geen afscheid van hem heb kunnen nemen, viel me zwaar. Ik heb aan de rand van zijn bed staan huilen. Ik kon bijna niet meer stoppen. Ik stond daar maar. Te kijken naar mijn beste vriend die gestorven was in een kaal ziekenhuis, zonder dat er iemand bij was van wie hij hield, die van hem hield.
Ik ben niet vaak kwaad, maar op dat moment was ik zo woedend dat ik een moord had kunnen begaan. Zeker nadat me verteld was wat er was gebeurd. Hoe kun je iemand overrijden en dan gewoon doorrijden zonder je om je slachtoffer te bekommeren? Wat voor een onmens moet je dan wel niet zijn? Misschien had Anton nog geleefd als die automobilist niet was doorgereden en meteen hulp had ingeroepen. Hoelang Anton daar zwaargewond heeft gelegen voordat hij werd gevonden is onbekend. Of hij bij bewustzijn was ook. Ik hoop van niet. Want hoe eenzaam en wanhopig moet mijn goede vriend zich wel niet hebben gevoeld als hij daar in volle bewustzijn zou hebben gelegen.
Dat is nu iets meer dan twaalf jaar geleden. Vlak daarna besloot ik mijn rijbewijs niet meer te verlengen en geen auto meer te rijden. Ik wilde niet het risico lopen dat ik iemand dood zou kunnen rijden. Toen ik dat aan Anna meedeelde, begreep ze dat wel. Gelukkig.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: