Ik vind dat we Nederland maar eens terug moeten geven aan de Batavieren. Per slot van rekening waren die hier het eerst. Probleem is alleen dat ik niet zou weten hoe we die Batavieren terug kunnen vinden. Wie is Batavier en wie niet? Zijn er eigenlijk nog wel volbloed-Batavieren? En waar bevinden die zich dan? En als er geen volbloed-Batavieren meer zijn, hoeveel Batavier-DNA moet iemand dan hebben om nog als Batavier te gelden?

Hoe graag ik Nederland ook terug zou willen geven aan de oorspronkelijke bewoners, ik ben bang dat dat niet meer gaat lukken. En als Batavier-zijn nodig is om in Nederland te mogen vertoeven, mag ik hier dan nog wel blijven? Misschien vloeit er wel helemaal geen Batavieren-bloed door mijn aderen. Dan moet ik wellicht terug naar … eh tja, waar moet ik dan naar toe?

Ik ben geboren in Maastricht. Dat is bijna altijd een garnizoenstad geweest. De Romeinen hebben die stad gesticht. Dus misschien moet ik wel terug naar Rome. Ik mag dus wel eens Italiaans gaan leren, anders red ik het daar niet. Maar de Romeinen kunnen die stad dan wel gesticht hebben, dat betekent niet dat ik rechtstreeks van die Romeinen afstam. Er zal vast wel wat Romeins bloed door mijn aderen vloeien, maar er legerden ook Spanjaarden, Duitsers, Belgen en Fransen in mijn geboortestad. Dat betekent dat de kans groot is dat er ook Spaans, Duits, Belgisch en Frans bloed door mijn aderen vloeit. Als ik terug zou moeten naar mijn land van oorsprong, waar moet ik dan heen? Ik kan niet tegelijkertijd naar al die landen waar ik vandaan kom terugkeren. Nou ja, het kan wel, maar ik hak mezelf liever niet in vijf of meer mootjes. Als ik terug moet naar een land van herkomst, dan wel graag in één  stuk.

En die Batavieren dan, die als eersten via de Rijn ons (maar eigenlijk hun) land binnenkwamen? Willen die eigenlijk wel terug naar hun land van oorsprong? Zouden ze zich hier nog thuis voelen? Zouden ze zich bij elkaar nog wel thuis voelen? Zouden ze elkaar nog wel verstaan? Komt er een Batavier bij de dokter. Zegt die Batavier: ‘Iech bin krank.’ Zegt die dokter: ‘Que?’ Kan zomaar maar gebeuren. Blijkt de ene Batavier uit Duitsland te komen en de ander uit Spanje.

Misschien is het toch geen goed idee om Nederland weer terug te geven aan de oorspronkelijke inwoners. Maar als Nederland niet van de oorspronkelijke bewoners is, van wie is Nederland dan? Tja, eigenlijk is het antwoord simpel; van iedereen die in Nederland woont. Hoelang iemand in Nederland woont doet er niet toe. Je kunt niet zeggen dat iemand pas na vijf jaar Nederlander mag zijn, want dat zou betekenen dat alle kinderen tot hun vijfde geen Nederlander mogen zijn. Lijkt me niet logisch. Je kunt er ook geen leeftijdsgrens aan plakken en zeggen dat iemand hooguit tachtig mag zijn om nog als Nederlander gezien te worden. Dan sluit je een heleboel ouderen uit die zich al hun leven lang Nederlander hebben gevoeld. Dus moet iedereen die in Nederland woont als Nederlander worden gezien. Ik kan jou niet buitensluiten en jij mij net zo min.

Eigenlijk zijn we geen van allen oorspronkelijke bewoners van Nederland. We zijn allemaal een keer aan komen waaien. Dat aanwaaien gebeurt nog steeds. Zo verandert de samenstelling van de bevolking van Nederland op natuurlijke wijze. En ieder lid van Nederland dat aan komt waaien neemt ook zijn eigen gewoontes mee. Dat maakt van Nederland een heerlijk divers land. Multicultureel noemen we dat.

Er zijn mensen die daar niet van houden. Die vinden hun eigen gewoontes beter dan de gewoontes van anderen en vinden dat anderen zich dienen te conformeren aan hun gewoontes. Er zijn zelfs mensen die net komen aanwaaien en het liefst willen dat de rest van Nederland zich aan hun gewoontes aanpast. Al dat soort mensen begrijpen de schoonheid van diversiteit niet.

Stel je voor dat er maar drie soorten planten in de natuur voor zouden komen, met een minimum aan insecten, vogels en andere dieren. Dat zouden we al snel onmogelijk saai vinden. En terecht. Als er in de natuur geen plaats zou zijn voor een grote diversiteit aan leven, dan wordt die natuur daar schraler van. Dat geldt ook voor cultuur. Culturen hebben invloed op elkaar; ze voeden elkaar, verstikken elkaar soms, bestaan los van elkaar of in symbiose. Hoe groter de diversiteit van culturen hoe rijker de samenleving als totaal is.

In de stad waar ik woon, woon ik vlak bij een kerk. Op zondag roept die kerk kerkgangers op om naar de dienst te komen. Ik ben geen kerkganger, maar ben wel gehecht aan dat klokgelui. Niet heel ver van mij vandaan is een prachtige moskee gebouwd. Daar loop ik vaak langs als ik in de buurt van die moskee boodschappen ga doen. Die moskee roept ook op tot gebed, met zang die me eigenlijk net zo lief is als dat kerkgelui. In mijn stad zijn er gebedshuizen voor katholieken, oud-katholieken, protestanten van allerlei gezindten, joden, islamieten en wellicht nog andere gelovigen. Ook is er een stiltecentrum voor mensen die tot geen religie behoren of gewoon even de behoefte hebben om stil te zijn. Er zijn humanisten, socialisten, communisten, kapitalisten, violisten en nog zowat isten, die allemaal deel uitmaken van die multiculturele samenleving. Prachtig toch!

Er zijn mensen die beweren dat de multiculturele samenleving is mislukt. Die houden niet van diversiteit. Die willen alleen maar een keurig aangeharkt stukje tuin met grind en wat tulpen of narcissen langs de kant. Als er dan een blaadje van de boom van de buren op hun stukje grind valt roepen ze er de Rijdende Rechter bij. ‘Schandalig!’ roepen ze dan. Waarom? Omdat de buren niet eenzelfde aangeharkt stukje grind met tulpen of narcissen langs de rand hebben. Nee, die onaangepaste klojo’s hebben een boom in hun tuin. En bomen horen niet in een tuin, bomen horen in het bos, waar je er geen last van hebt. Behalve natuurlijk als zo’n bos in de weg zit van de uitbreiding van een snelweg. Dan moet dat bos wijken. De diversiteit van het bos wordt dan opgeofferd aan de monocultuur van het asfalt. Dat soort mentaliteit begrijp ik niet.

Ik ben blij dat ik, nog steeds, in een multiculturele samenleving woon. Dat was vroeger al zo. Wij waren katholiek en zij waren protestant. We gingen niet met elkaar om, maar we tolereerden elkaar wel. En toen we er steeds meer achter kwamen dat we feitelijk meer op elkaar lijken dan van elkaar verschillen, verdroegen we elkaar ook beter. En op een gegeven moment was dat verschil weg. Opgegaan in een cultuur die de verschillen niet meer gebruikt om elkaar buiten te sluiten, maar om er jezelf, als persoon, innerlijk mee te verrijken. Wat in mijn jeugd onmogelijk was, is nu normaal. Een katholiek trouwde niet met een protestant, en andersom. Toen ik twintig was, was wat in mijn jeugd onmogelijk werd geacht, normaal. Verschillende culturen zorgen voor diversiteit, zorgen ervoor dat je je als individu realiseert dat je de cultuur waarin je bent grootgebracht kunt relativeren. Daar word je zelf innerlijk rijker van.

De multiculturele samenleving kan niet mislukken. Die is er, die is er altijd geweest en die zal er altijd zijn. Hoe groter de diversiteit in een samenleving, hoe beter het voor die samenleving is. Als iedereen het in een samenleving met elkaar eens moet zijn, en er maar ruimte is voor één monocultuur, dan moeten we ons echt zorgen gaan maken. Zo’n samenleving is pas echt gedoemd te mislukken. Kijk maar naar de Sovjet-unie onder Stalin of China onder Mao. Of naar Saudi-Arabië en Noord-Korea nu. Dat zijn perfecte monoculturen. Maar ik zou er niet willen leven.

 

terug naar de startpagina van moors magazine

« | »