Er zijn mensen die vrienden verzamelen zoals anderen postzegels verzamelen. Ik heb geen idee hoe mensen in staat zijn  om al die vriendschappen te onderhouden want ik heb er al moeite mee om het handjevol vrienden dat ik heb genoeg aandacht te geven. Nou ben ik ook wel een verzamelaar maar een verzamelaar van dingen, niet van mensen. En ik mag ook graag inzichten verzamelen. Maar mensen verzamelen is niet echt mijn ding.

Ik heb wel ooit bij zo’n verzameling gehoord. Dat was overigens een vreemde verzameling. De mensen die door Tony werden verzameld hadden met elkaar gemeen dat ze allemaal apart waren. Het leek er een beetje op alsof Tony een magneet was die randfiguren naar zich toetrok. Veel gemeenschappelijks hadden al die vrienden van Tony niet. Het enige gemeenschappelijke dat al die mensen hadden was Tony, dat was de spil van de verzameling excentriekelingen.

Tony was zelf ook excentriek. Een goedlachse man in een slecht zittend pak, met keurig gekamde lichtbruine haren, dat dan weer wel. Maar zichzelf goed scheren vond hij blijkbaar moeilijker, want er zaten altijd kleine plukjes haar rond zijn mond die hij vergeten was weg te halen. Tenminste dat vermoed ik, want die plukjes haar bevonden zich altijd op willekeurige plekken. Hij was lang en mager en liep ietwat gebogen. Hij had in mijn ogen totaal geen sexappeal.

Daar dacht zijn partner Josefien anders over. Die beschouwde hem als de meest sexy man op aarde. Ze giechelde om al zijn opmerkingen, of die nou grappig bedoeld waren of niet. Zij was twee koppen kleiner dan Tony en twee keer zo dik. Ze deed me altijd aan Tante Leen denken, de zangeres uit de Jordaan. Ze was ook net zo onopvallend gekleed, een grijze jurk met een groen motiefje of een grijsgroene jurk met zwarte stippen. Naaldhakken waren aan haar niet besteed, het liefst liep ze op sloffen. Haar haar was altijd slordig opgestoken

Het was vaak een zoete inval bij Tony en Josefien. Ze hadden nog geen telefoon toen ik Tony leerde kennen en als ik wel eens onverwacht bij ze langs ging waren er altijd wel andere vrienden in huis. Die bleven vaak ook eten. Ook ik werd meteen uitgenodigd om mee te eten en dat deed ik ook vaak. Niet alleen omdat me dat wel goed uitkwam omdat ik dan niet voor mezelf hoefde te koken, maar ook omdat het altijd gezellig was met al die vreemde gasten om de tafel.

Moniek was een verlegen vrouw die in de verpleging werkte. Als zij bleef eten zei zij nauwelijks een woord, behalve als iemand haar iets vroeg, wat vrijwel nooit gebeurde. Als ik naast haar zat vroeg ik altijd hoe het met haar ging. Dan knikte zij lichtjes en zei: ‘O, wel goed’. En dan zweeg zij weer. Eigenlijk wist ik nooit wat ik daarna tegen haar moest zeggen, maar ik merkte wel dat ik, alleen door haar een vraagje te stellen contact met haar had gelegd. Dus vroeg ik haar iedere keer dat ik haar zag hoe het met haar ging en knikte ze, met een kleine glimlach en zei dat het wel goed met haar ging. Ze schijnt ooit, tot mijn grote verbazing, tegen Tony gezegd te hebben dat zij mij als haar beste vriendin beschouwde.

Bram daarentegen was een enorme ouwehoer die, als hij aan tafel zat constant het hoogste woord voerde en anekdote na anekdote aan elkaar reeg, tot groot vermaak van vrijwel alle gasten aan tafel. Josefien kwam nauwelijks meer bij als hij aan het woord was. Alles wat hij zei leek ze hilarisch te vinden. Ondertussen spoorde Tony zijn gasten aan om toe te tasten. Als Bram aan het woord was had het geen zin om ook iets te willen zeggen, dus zweeg iedereen en liet alle anekdotes over zich heen komen. Die anekdotes waren overigens ook vaak hilarisch zodat het hele gezelschap bijna continu in een deuk lag. Dat lag niet alleen aan Bram maar ook aan Josefien wiens lach aanstekelijk werkte.

Ronald was afgestudeerd als filosoof en had, vlak na zijn afstuderen, een half miljoen gulden en een huis geërfd. Die half miljoen gulden had hij op de bank gezet zodat hij van de rente kon leven. Hij leefde een sober leven omdat je als je sober leeft het ook breed kunt laten hangen, zo legde hij mij uit. Het enige waar hij veel geld aan uitgaf waren boeken. Hij had besloten dat hij, als hij niet hoefde te werken dat ook niet ging doen. ‘Waarom zou ik?’, zei hij, ‘ik heb genoeg om van te leven en ik heb het uitermate naar mijn zin tussen mijn boeken’. Waar hij geen rekening mee had gehouden was dat geld door inflatie steeds minder waard wordt en dat de rente op spaargeld ook niet altijd even hoog blijft. Dus toen hij veertig was bleek de rente die hij van zijn half miljoen gulden trok, niet meer voldoende om van te kunnen leven en begon hij op zijn geld in te teren. Toen pas besloot hij naar werk te gaan zoeken.

Tony en Josefien hadden, op een gegeven moment, een heel gezin ‘geadopteerd’. Een samengesteld gezin. De vrouw was ooit ernstig verbrand geweest en had daardoor het gebruik van haar linkerhand verloren. In haar gezicht waren de littekens van de brandwonden nog duidelijk zichtbaar. De man was een ex-alcoholist die bijna zijn kinderen was kwijtgeraakt, maar zich nog net op tijd herpakt had. Zijn kinderen en de kinderen van de vrouw hadden hen samen gebracht en nu vormden ze een groot samengesteld gezin.

Ik kreeg altijd een triest gevoel als ik dat gezin bij elkaar zag. Vooral de vader van het gezin straalde een onverwoestbare triestheid uit. Hij wilde graag zijn gezin bij elkaar houden en had bedacht dat het misschien wel een goed idee zou zijn om als gezin een circus te gaan vormen. Hij had voor zichzelf de rol van clown bedacht. Ik heb hem wel eens op zien treden. Een triestere clown heeft er volgens mij nooit bestaan. Het was pijnlijk om te zien dat hij niemand, maar dan ook helemaal niermand aan het lachen wist te krijgen. Op het einde van zijn optreden zaten alleen Tony, Josefien en ik nog op de tribune. Zelfs Josefien had niet eenmaal echt gelachen. Dat dat circus niet echt een succes werd verbaasde niemand, behalve de trieste clown die het circus had opgericht. Hij bleef maar hopen dat zijn circus ooit wel een succes zou worden.

Hoe ik deel was geworden van die verzameling excentriekelingen, die uit veel meer mensen bestond dan ik hier heb beschreven, weet ik eigenlijk niet. Maar toen Tony stierf, viel zijn verzameling vrienden ook uit elkaar. We hebben elkaar op de begrafenis nog een keer gezien. Dat is de laatste keer dat we bij elkaar zijn geweest. Tony was onze verbindende factor en toen hij wegviel was er niets meer dat ons verbond. Zelfs met Josefien heb ik nauwelijks meer contact gehad. Ik heb haar een paar keer geschreven. Op een gegeven moment schreef ze dat ze opnieuw ging trouwen. Maar ze nodigde me niet voor haar huwelijk uit. Daarna zijn we elkaar definitief uit het oog verloren.