We zitten op een terrasje met zijn drieën, Anke, Dora en ik. Ik roer wat verstrooid met een lepeltje in mijn koffie zonder suiker en melk. Niet echt in gedachten verzonken, maar meer gedachteloos. Ik heb het gesprek tussen Dora en Anke nauwelijks gevolgd en heb ook nauwelijks iets bijgedragen aan de conversatie terwijl Anke en Dora hun vakantieverhalen aan het uitwisselen waren. ‘Hoe was jouw vakantie met je nieuwe liefde eigenlijk?’, vraagt Dora. ‘Eh…wat?’, stamel ik. ‘Hoe je vakantie met die nieuwe liefde van je, hoe heet hij ook alweer, eh, Henk, hoe je vakantie is gegaan, is wat Dora en ik wel willen weten’, zegt Anke, een beetje stamelend.

Ik zucht. Dora en Anke kijken me nieuwsgierig aan, allebei met een lichte frons op hun voorhoofd. ‘Tja’, zeg ik, ‘wat moet ik daarvan zeggen? Het ging niet helemaal zoals ik het verwacht had’. Ik kijk mijn vriendinnen niet echt aan. Eigenlijk wil ik helemaal niet vertellen hoe het is gegaan. Hoe teleurstellend die vakantie wel niet is geweest. ‘Vertel’, zegt Dora, ‘wat is er gebeurd?’.

‘Nou ja, Henk is niet echt een gemakkelijke man’, begin ik. ‘Dat hadden wij ook al geconcludeerd’, zegt Dora resoluut. ‘Hij kan nogal ongeduldig zijn als dingen niet helemaal gaan zoals hij vindt dat ze zouden moeten gaan’, vervolg ik. Ik zucht nogmaals. ‘Dan zaten we op een terrasje en dan vroeg hij wat ik wilde en als ik dan een broodje kroket bestelde zei hij dat ik beter een salade kon nemen omdat elk pondje door het mondje gaat. En als ik dan vroeg of hij mij soms te dik vond dan vroeg hij of ik mezelf soms slank vond. ‘Je bent niet echt een magere lat’, zei hij dan. En dan nam ik maar een salade om van het gezeur af te zijn, maar als ik er dan een wijntje bij wilde, kreeg ik daar weer commentaar op omdat we nog een lange wandeling voor de boeg hadden die middag en hij geen zin had om een half dronken vrouw op sleeptouw te nemen. Dus nam ik maar een kopje thee, bang dat hij, als ik een kopje koffie zou nemen, daar weer commentaar op zou hebben. En dat ging de hele vakantie zo door’.

‘Wat een lul!’, roept Anke kwaad, ‘wat een ongelofelijke zakkenwasser!’. ‘Nou ja’, zeg ik, ‘ik ben ook niet echt een slanke den, daar heeft hij wel gelijk in’. ‘Niet doen Tru’, zegt Dora zacht, ‘geef hem geen gelijk. Wat hij doet deugt niet. Toen hij met je begon was je al lang geen slanke den meer en toch viel hij op je. Wat zit hij dan nu te zeuren. Dit gaat niet over jou. Dit gaat over hem. Hij is bezig met een machtsstrijd. Hij is bezig om te kijken in hoeverre hij jou aan hem kan onderwerpen. En dat hoort niet. Dat recht heeft hij helemaal niet’.

Ik merk dat ik het meteen voor hem op wil nemen, maar eigenlijk weet ik niet goed waarom. Hij was continu bezig commentaar te hebben op alles wat ik deed, alsof hij mij duidelijk wilde maken wat voor een minkukel ik in zijn ogen ben. ‘Maar misschien bedoelt hij het helemaal niet zo negatief’, probeer ik nog. ‘Oké’, zegt Dora, ‘vertel me dan maar eens iets positiefs wat er tussen jullie is gebeurd, iets waar je blij van werd’. Ik val stil. Ik kan eigenlijk niets bedenken.

Zelfs de seks was niet prettig. Ik had het gevoel alsof hij niet met mij maar met een lichaam seks had. Dat lichaam was toevallig van mij, maar de persoon die in dat lichaam zat of van wie dat lichaam was, leek hij te negeren. Alsof hij wel zin in mijn lichaam had maar niet in mij. En misschien had hij zelfs geen zin in dit lichaam, maar nam hij er genoegen mee omdat hij niks beters kon krijgen op dat moment. Ik zag wel hoe hij, toen we op dat terrasje zaten, andere vrouwen verlekkerd nakeek.

‘Het was een klote-vakantie’, geef ik toe. ‘We gingen een eind wandelen, maar als ik hem niet bij kon benen, of als ik even stilstond omdat ik van de omgeving wilde genieten, werd hij kwaad en begon hij te schelden. ‘Hee kutwijf, schiet nou toch eens op’, riep hij dan. Ik had het gevoel dat ik een blok aan zijn been was inplaats van zijn vriendin’.

Anke en Dora kijken me allebei meewarig aan. ‘Zo moet je je niet laten behandelen Gertrude’, zegt Anke zacht, ‘daar ben je te goed voor’. ‘Daar ben ik het helemaal mee eens’, beaamt Dora, ‘die lul verdient jou niet. Zo hoort niemand door een ander behandeld te worden’. ‘Maar wat moet ik dan doen?’, vraag ik met een brok in mijn keel. ‘Bedenk eens of je met hem beter af bent dan alleen met jezelf. Wanneer voel je je beter?’. En dan valt het dubbeltje. Ik realiseer me dat ik mij bij hem alleen maar ellendig voel en dat ik me in mijn eentje nooit zo ellendig heb gevoeld. ’Ik maak het uit’, zeg ik. ‘Heel verstandig’, zegt Dora. ‘Daar nemen we er een op’, zegt Anke die meteen haar hand omhoog steekt om de bediening op onze wensen attent te maken.

‘Wat zal het zijn dames?’, vraagt de ober even later. ‘Drie rode wijn en drie broodjes kroket’, zegt Anke en knipoogt naar me. ‘Met mosterd natuurlijk’, voegt ze er aan. ‘Natuurlijk’, zegt Dora, ‘want we moeten straks nog wandelen’. ‘Waar gaan we dan heen?’, vraag ik. ‘Naar de bushalte natuurlijk’, zegt Dora, ‘hoe komen we anders thuis?’. We kijken elkaar aan en schieten alledrie in de lach.

De dag daarna heb ik Henk verteld dat ik een einde aan onze relatie wilde maken. Dat ik geen zin meer had in de manier waarop hij mij behandelde. ’Dat is jouw verlies trut’, was zijn reactie. ‘Ach Henk’, dacht ik, ‘ik kan je missen als kiespijn’. Wat ik me wel realiseerde is dat het me veel meer moeite zou hebben gekost me uit de relatie met Henk te bevrijden als ik mijn vriendinnen niet had gehad. Die steunen mij door dik en dun. Die beoordelen mij om wie ik ben, of ik nou dik ben of dun. Dat maakt hen niet uit. Door de liefde die wij voor elkaar voelen, realiseer ik me dat wat Henk voor me voelde helemaal geen liefde was.

Liever alleen dan ongelukkig.