Ik werd vanmorgen wakker met onrust in mijn hoofd. Ik wist dat het met Henk te maken had. Alsof ik van hem gedroomd had, hoewel ik me niet kon herinneren wat ik dan gedroomd zou hebben. Het liefst zou ik willen dat ik hem uit mijn leven zou kunnen gummen, alsof hij er nooit echt deel van uitgemaakt heeft, om op die manier het knagen dat zijn aanwezigheid bij me doet te elimineren.

Waarom ben ik überhaupt iets met die man begonnen? Eigenlijk begrijp ik dat van mezelf niet. Ik vraag me oprecht af of ik hem als vriend zou hebben uitgekozen. Eerlijk gezegd denk ik van niet. Onrust. Langzaam adem ik in en uit en in en uit en concentreer me op mijn ademhaling waardoor mijn gedachten rustiger worden. Ik blijf me op mijn  ademhaling concentreren en voel mijn lijf ontspannen.

Buiten hoor ik een merel zingen. Ik stel me voor hoe hij op de schoorsteen van het pand naast het mijne zit om daar zijn serenade te geven. Daar zit hij namelijk vaak. Ik heb geen idee voor wie hij zingt. Hij heeft al een nest gebouwd, waar zijn vrouwtje haar eieren al heeft gelegd, dus voor haar hoeft hij zijn best niet te doen. Zingt hij dan om andere merels op afstand te houden of om ze vertellen dat hij gelukkig is met zijn vrouw en potentiële kinderen?

En wat was het lied dat Henk zong? De vrouw waarmee ik was, ze deugde niet, ze deugde niet. Ze maakte mij niet blij en deed mij veel verdriet. Maar ik deed mijn best om het hem naar de zin te maken en ook met mij was hij niet blij. Zou zijn ex niet net zo haar best hebben gedaan? Eigenlijk denk ik van wel. Henk deed alsof hij het slachtoffer was van een vrouw die niet wou deugen, maar ik vraag me af of er wel een vrouw bestaat die in zijn ogen zou kunnen deugen. En hij maakte mij ongelukkig en wellicht zijn ex ook. Hij was een dader, geen slachtoffer.

Kun je verliefd worden op een man waarmee je nooit bevriend zou kunnen zijn? Blijkbaar wel. Want dat is wat me is gebeurd. Ik werd verliefd op een man waarmee ik nooit bevriend zou kunnen zijn. Terwijl ik op Bob, met wie ik wel bevriend ben, nog nooit verliefd ben geworden.

Bob ken ik al lang. Bob is een lieverd. Een slungel van een vent met kort bruin haar dat alle kanten op steekt. ‘Ik probeer het weleens te kammen’, zegt hij, ‘maar mijn haar heeft een eigen wil’. Hij gaat wel altijd onberispelijk gekleed. Een donkerblauwe broek gecombineerd met een zalmkleurige colbert. Daaronder een groenblauw hemd en een rode stropdas, bijvoorbeeld. Alles tot in de puntjes verzorgd, maar wel qua kleur afwijkend van de kleding die mannen over het algemeen dragen.

Ik heb hem wel eens gevraagd of hij homo was, maar dat bleek niet zo te zijn. Bob heeft eigenlijk alles wat ik in een man aantrekkelijk vind. Hij verzorgt zich goed, is zachtaardig, heeft humor, is vrijgevig en tolerant. Ook heb ik hem nog nooit negatief over anderen horen praten. Maar toch ben ik niet verliefd op hem. Vreemd. En op zo’n lul van een vent als Henk word ik dan wel verliefd. Dat is toch raar. Soms begrijp ik niets van mezelf.

Ik luister maar hoor de merel niet meer. Uitgezongen blijkbaar. Of is hij ergens anders naar toe gevlogen om daar een serenade te brengen? Ik vraag me af hoe het zou zijn om een relatie met Bob aan te gaan. Moet je eigenlijk wel verliefd zijn om een liefdesrelatie met iemand te hebben?

Er zijn culturen waar mensen aan elkaar worden gekoppeld of uitgehuwelijkt. Dat heeft natuurlijk allerlei nadelen. Ik zou er daarom ook niet voor willen pleiten. Een voordeel is wel dat zo’n relatie niet op een irreëel verwachtingspatroon is gebaseerd. Stel dat mijn ouders mij aan Bob zouden hebben uitgehuwelijkt, dan waren we misschien wel heel gelukkig geworden samen. In ieder geval zou ik me bij Bob nooit zo rot hebben gevoeld als ik me bij Henk voelde.

Wat ik daarmee wil zeggen is dat de nadruk die er in onze cultuur op verliefdheid wordt gelegd ook nadelen heeft. Alsof verliefdheid de basis is van een gelukkig leven. Hoevaak is dat zo? Hoevaak is het niet zo dat juist verliefdheid je in een situatie brengt waarin je hoogst ongelukkig bent, terwijl je dat niet in wilt zien juist omdat je verliefd bent of verliefd denkt te zijn.

Ook ik ben daar niet ongevoelig voor. Ook ik geloof teveel in de liefde, zoals die in onze cultuur wordt gepromoot, om door te hebben dat verliefdheid meestal een valkuil is. En dan heb ik nog geluk dat Henk gewoon een klootzak is, die een vrouw verlaat als hij genoeg van haar heeft. Je zal maar verliefd worden op een vent die je als zijn bezit beschouwt en niet van plan is je te laten gaan als je genoeg van hem krijgt. Dan zit je echt in de val. En alleen maar omdat je zo nodig verliefd op zo’n klootzak moest worden.

Poeh. Ik wou dat liefde logischer was. Zo logisch als de vriendschappen die ik met Dora en Anke heb, en nu ik er over nadenk, ook met Bob. Hoewel die vriendschap anders is dan de vriendschap tussen Anke, Dora en mij. Met Bob deel ik vooral de liefde voor cultuur. We bezoeken samen musea, gaan naar theatervoorstellingen en soms naar een film. Ook delen we onze liefde voor literatuur en muziek. Het praten over zaken van het hart doen we wel, maar tussendoor. Alsof dat in onze vriendschap bijzaak is, terwijl het voor Dora, Anke en mij de essentie van onze vriendschap is.

Zou ik met Bob willen vrijen? Eerlijk gezegd weet ik dat niet. Misschien zou ik het wel willen, of in ieder geval willen proberen, maar durf ik het hem niet goed voor te stellen. Bang dat dat onze vriendschap aan zou tasten. En daar koester ik onze vriendschap teveel voor. Als Bob een relatie zou hebben met een andere vrouw, zou ik er sowieso niet aan moeten denken.

Maar dat is op dit moment niet zo.