ruud moors vriendschap aflevering 3
‘Ben je eigenlijk wel eens ooit op een van ons tweeën verliefd geworden’, vroeg Anke, niet lang nadat Dora ons verteld had dat ze op vrouwen viel. ‘Nee, eigenlijk niet nee’, was Dora’s reactie. ‘En waarom dan niet?’, vroeg Anke op een gespeeld verontwaardigde toon. ‘Um, ik eh, tja, zo heb ik nooit naar jullie gekeken’, zei Dora en glimlachte verlegen. ‘En waarom dan niet?’, herhaalde Anke op dezelfde gespeeld verontwaardigde toon. ‘Ik ken jullie al zo lang, en we zijn al zo lang bevriend dat ik jullie als een soort zussen ben gaan beschouwen. Jullie zijn familie en op je familie word je niet verliefd. Althans ik niet’. ‘Dus als we niet al zolang bevriend waren, dan zou je wel verliefd op me worden’, meende Anke te moeten concluderen. Er kwam een kleine grijns op Dora’s gezicht. ‘Ik denk het eigenlijk niet’, zei ze, ‘je bent me gewoon te mannelijk’. ‘Je hebt ook altijd overal een antwoord op’, lachte ik. ‘Hoezo ben ik te mannelijk’, riep Anke met haar diepste stem, haar handen in haar zij en haar borst vooruit. ‘Nou ja, als je zo reageert krijg ik toch wel een beetje de kriebels van binnen’, grinnikte Dora. ‘Dan is het goed’, zei Anke met een hoog kirrend stemmetje.
‘Wat zou er eigenlijk gebeurd zijn als ik op een van jullie tweeën verliefd zou zijn geworden?’, vroeg Dora niet lang daarna. Daar hadden Anke en ik niet meteen een antwoord op. Ik denk dat we ons dat allebei stiekem wel hadden afgevraagd, maar hoe we daarop gereageerd zouden hebben is eigenlijk moeilijk te zeggen. Het zou onze vriendschap wel veranderd hebben, denk ik. Ik geloof niet dat onze vriendschap dat niet had doorstaan, maar je gaat toch anders met iemand om als je denkt dat die persoon seks met je wil terwijl jij je niet seksueel tot die persoon aangetrokken voelt. Tenminste dat denk ik, maar zeker weten doe ik dat niet.
‘Tja’, zei Anke, ‘het ligt er ook aan op wie van ons tweeën je verliefd zou zijn geworden’. ‘Het zou inderdaad onze relatie met zijn drieën radicaal veranderd hebben’, zei ik, misschien zouden we het dan wel met zijn drieën zijn gaan doen’. ‘Hou op’, zei Anke en keek naar Dora, ‘ik zou het al erg genoeg vinden om met jou naar bed te moeten, maar om seks te moeten hebben met jou én Gertrude, ik moet er niet aan denken’. ‘Echt niet?’, vroeg Dora. ‘Nou ja’, zei Anke, ‘poeh, ik heb er in ieder geval nog nooit aan gedacht. En jij, zou jij dat zien zitten dan?’, vroeg ze aan mij. ‘Het is in ieder geval een veilige manier van vrijen’, zei ik, ‘en je wordt er niet zwanger van’.
We hebben het uiteindelijk toch maar niet uitgeprobeerd. We waren alledrie bang dat het onze vriendschap definitief zou veranderen en waren er niet zeker van dat dat een positieve verandering zou zijn. Normaal ben ik niet zo van ‘je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt’, maar in dit geval leek het me verstandig om daar maar wel van uit te gaan. Maar door er over te fantaseren ging ik me wel afvragen in hoeverre ik echt heteroseksueel ben en of ik niet ook een beetje lesbisch ben. Ik kwam er in ieder geval achter dat ik geen weerzin voelde bij het idee om met een vrouw te vrijen. Maar ik voel me vooral door mannen seksueel aangetrokken. Ook niet door alle mannen trouwens en een enkele keer kwam ik weleens een vrouw tegen die me een licht gevoel van vlinders in de buik gaf. Waarschijnlijk is niemand voor de volle honderd procent heteroseksueel of homoseksueel. Toch voel ik me vooral heteroseksueel. Ik heb het althans nog nooit met een vrouw gedaan.
Anke wel. Die was nieuwsgierig genoeg om het een keer uit te proberen. ‘En hoe was het?’, vroegen Dora en ik toen ze dat vertelde. ‘Knus’, antwoordde Anke. ‘Hoezo knus?, vroeg Dora met een opgetrokken wenkbrauw. ‘Gewoon knus’, meende Anke. ‘Dan ben je niet echt lesbisch’, meende Dora. ‘Nee, dat weet ik ook wel’, reageerde Anke’, dat hoef je mij niet te vertellen. Het was geen vuurwerk, maar het was gewoon prettig, lekker, ontspannend’. ‘O, gewoon knus dus’, zei ik en we schoten alledrie in de lach. ‘Ja gewoon knus dus’, concludeerde Anke.
Sinds die tijd is dat een van de vele standaardantwoorden die we elkaar geven. ‘Hoe gaat het?’. ‘Knus’, ‘O gewoon knus dus’. Voor buitenstaanders moet dat wel raar overkomen, denk ik. ‘Hoe is het thuis?’, ‘Knus’. ‘O gewoon knus dus’. ‘Ja, gewoon knus dus. En hoe is het bij jou?’. ‘Ook knus’. ‘Het is knus dus?’. ‘Ja, het is gewoon knus dus’. En misschien klinkt het raar, maar als we op die manier met elkaar communiceren, dan voelt dat gewoon knus.
Niet dat we altijd met elkaar kletsen. Soms komen we bij elkaar, nemen ieder een glas wijn en kijken, onderuitgezakt op de bank, naar een romantische comedy. Dan zeggen we niets, lachen soms om dezelfde situaties en zijn alleen maar samen. Dat is dan genoeg. Soms zegt één van ons drieën: ‘Ik voel me gewoon kut, maar ik heb geen zin om er over te praten’. Dan gaan we in de tuin zitten, nemen ieder een glas wijn met wat bitterballen en zwijgen, terwijl vogels zingen en de wind door de bladeren ruist. En dan voelt degene die zich kut voelt zich gesteund door dat zwijgen, want soms is het beter om niets te zeggen in de wetenschap dat degenen die van je houden er voor je zijn, ook als je niet kunt uitleggen wat er precies scheelt. En dat je dat dan ook niet hoeft. Misschien zijn dat wel de momenten dat we het dichtst bij elkaar staan. Niet open hoeven zijn geeft ook een gevoel van veiligheid.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: