We komen regelmatig bij elkaar, de ene keer bij de een, de andere keer bij de ander. Het is zomer. We zitten met zijn drieën bij Anke in de tuin, op het grasveld dat omzoomd wordt met borders waarin veel vaste planten staan, die op verschillende tijden in bloei komen. Het is zomer, dus de zomerkleuren zijn aan de beurt. Het gras is vers gemaaid en dat ruik je. ‘Ik heb weer een nest vol merels in mijn perenboom’, zegt Anke. Op dat moment komt een kat haar tuin binnen. ‘Kssst!’, sist Anke en de kat rent weg. ‘Zo, de merels zijn voorlopig ook weer even veilig’, zegt ze.

We zitten alledrie aan een tafeltje met daarop drie glazen met verse muntthee. Het is nog iets te vroeg voor wijn. Vroeger zouden we rond deze tijd wel al aan de wijn hebben gezeten, maar tegenwoordig vinden we het om twee uur ’s middags nog te vroeg. Ik neem voorzichtig een slok thee. Voorzichtig omdat ik me niet aan te hete thee wil branden. De verse muntblaadjes laat ik nog in mijn theeglas zitten zodat de thee nog wat sterker kan worden.

We hebben het over oude liefdes. ‘Weet je nog dat je verliefd was op die slagerszoon’, zegt Dora tegen Anke. ‘Nou ja slagerszoon, hij was inderdaad de zoon van een slager, maar hij had die winkel van zijn vader al wel overgenomen toen ik hem leerde kennen’. ‘Je was nogal enthousiast over hem, kan ik me herinneren’, zeg ik. ‘Ja’, zegt Anke, ‘hij was anders dan de meeste mannen die ik kende, veel attenter en galanter. Ik voelde me door hem echt gezien. Niet alsof ik alleen maar een potentiële gelegenheid tot neuken was’.

“En toen besloot je dat wij maar eens kennis met deze potentieel ware kandidaat moesten maken’, herinnert Dora zich. ‘Dat leek hem ook wel een goed idee’, zegt Anke, ‘en hij stelde voor om samen in mijn appartement te gaan gourmetten. Hij zou dan voor het vlees zorgen’. ‘En dat kwam mooi uit, want als slager had hij verstand van vlees’, zeg ik. ‘Ja, en om ons te imponeren had hij echt kwaliteitsvlees meegenomen. Ik had nog nooit zoiets lekkers geproefd’, zegt Dora. ‘Koken kon hij ook goed’, zegt Anke. ‘Hij maakte maaltijden klaar waar ik helemaal geil van werd’. ‘En dan hadden jullie dampende seks?’, opper ik. ‘Nou, dampende seks… het was niet onplezierig, maar echt dampen deed het niet’, zegt Anke.

‘Het was ook wel een mooie man’, zegt Dora. ‘En hij rook ook lekker’, voeg ik er aan toe. ‘En dat gepermanente haar stond hem ook goed’, meent Dora. ‘En hij was ook altijd gladgeschoren’, doe ik nog maar een duit in het zakje. We schieten alledrie in de lach. ‘Het was echt een ideale man’, zeg ik, ‘te mooi om waar te zijn’. ‘Ja’, zegt Dora, ‘en toen keken jij en ik elkaar aan en ik zag dat wij hetzelfde dachten’. ‘Dat weet ik nog’, zeg ik, ‘en ik vroeg me af of het niet zo duidelijk was dat jij’, en ik keek naar Anke, ‘dat zelf ook niet had bedacht’.

‘Ik geloof dat ik het gewoon niet wilde denken’, zegt Anke. ‘Hij was zo attent en lief. Hij leek altijd in mij geïnteresseerd en leek ook echt te luisteren als ik met hem praatte’. ‘Was dat dan niet zo?’, vraag ik. ‘Ja, dat was ook zo bijzonder’, zegt Anke, ‘hij was echt in mij geïnteresseerd. Dat was ik van de meeste mannen niet gewend. Die waren vooral in mijn lijf geïnteresseerd’. ‘En je had ook een verdomd mooi lijf’, meent Dora op te moeten merken. ‘Nog steeds’, voeg ik er aan toe. ‘Ja, maar daar gaat het nou niet om’, houdt Anke ons bij de les, ‘het was juist het gevoel dat hij in mij als mens geïnteresseerd was, waardoor ik op hem viel. Maar ik had, wat mannen betreft, al zo vaak foute keuzes gemaakt, dat ik van jullie wilde weten wat jullie van hem vonden’. ‘Om te controleren of je niet weer op een verkeerde man was gevallen’, voegt Dora toe. ‘Precies’, zegt Anke.

‘Dus vroeg je ons een dag later wat wij van hem vonden’, zegt Dora, ’en dat was een verdomd moeilijke vraag die je daar aan ons stelde’. ‘Inderdaad’ beaam ik, ‘want hoe zeg je zoiets zonder te kwetsen, zeker als je niet zeker weet of je je niet vergist. Want dat had natuurlijk ook gekund. En je had al zoveel relaties met mannen gehad die uiteindelijk alleen maar teleurstelden. Hoewel, je had er ook een paar die in ieder geval seksueel bevredigend waren, ook al waren die mannen de ware niet’. ‘Ja, geeft Anke toe, ‘ik lustte er wel pap van’. ‘En van een beetje sperma was je ook niet vies’, grijnst Dora. ‘O, maar je weet ook niet half hoe lekker dat is’, zegt Anke met een uitgestreken smoel. ‘Nee’, zegt Dora, ‘en dat wil ik niet weten ook’.

‘Dus vroegen we of je echt wilde weten wat we van hem vonden. En toen zei jij dat je dat natuurlijk wilde weten. En toen konden wij niet anders dan je vertellen dat het duidelijk was dat je nieuwe liefde overduidelijk homo was’. ‘Ja, en eigenlijk wist ik dat wel, een heteroman ziet er niet zo piekfijn uit, verzorgt zichzelf niet zo tot in de puntjes, beweegt anders, praat met andere intonatie en is niet zo geïnteresseerd in zielenroerselen. Maar ja, dat was precies waarom ik op hem viel. Ik was gewoon op een homo verliefd geworden’, zucht Anke.

‘Hoe is dat eigenlijk afgelopen?’, vraag ik. ‘O, ik heb het hem op de man af gevraagd’, zegt Anke. ‘En toen?’, wil Dora weten. ‘Toen begon hij te huilen. Hij gaf toe dat hij op mannen viel, maar dat wilde hij helemaal niet. Hij wilde een gezin met kinderen en hij zei dat hij dacht dat dat met mij wel zou kunnen. ‘Ik vind je echt heel aardig’, zei hij nog. ‘Maar hou je van me?’, vroeg ik. ‘Ja’, zei hij, ‘maar ik word niet opgewonden van je, als je dat bedoelt’. Toen wist ik dat hij  niet de ware voor mij was. Daarvoor was en is seks gewoon te belangrijk voor me. En ik kon het ook niet over mijn hart verkrijgen om gewoon vrienden met hem te blijven. Daarvoor was de teleurstelling te groot’.

‘Ik ben hem nog wel eens tegen gekomen’, zegt Anke, ‘jaren later. Ik was een dagje in Den Haag en zag hem op een terras zitten, samen met een man. Ik ben toen op hem afgestapt, gewoon om hem gedag te zeggen’. ‘Was hij blij om je te zien?’, wil ik weten. ‘Ik geloof het wel. Hij stelde mij aan de man naast hem voor als een vriendin van vroeger en stelde hem aan mij voor als zijn levenspartner. En het mooie was dat toen hij dat deed hij naar die man keek met een liefde in zijn ogen die zo intens was dat ik niet anders dan blij voor hem kon zijn.’