ruud moors vriendschap aflevering 5
Ik vraag me vaak af of je, als je een stel samen ziet, kunt weten of ze nog steeds liefde voor elkaar voelen. Vaak denk ik dat wel te kunnen zien, maar ik ben er toch over gaan twijfelen. Wat je ziet is niet altijd wat het lijkt te zijn. Mijn moeder vond dat ze een geweldige relatie had met mijn vader, met name omdat ze een goede seksuele relatie hadden. Mijn vader ontkende dat niet. Dus dat zal ook wel zo geweest zijn. Maar of ze ook echt vrienden waren, daar heb ik mijn twijfels over.
Mijn vader ergerde zich vaak aan mijn moeder, maar slikte die ergernis net zo vaak in. Hij wilde geen confrontatie met mijn moeder omdat hij die confrontatie altijd verloor. Op het moment dat hij mijn moeder probeerde duidelijk te maken dat ze hem irriteerde, reageerde ze altijd hysterisch. Dan slingerde ze hem allerlei beschuldigingen naar het hoofd, smeet het servies stuk of liep kwaad weg en schreeuwde dat ze nooit meer terug zou komen.
Dan kostte het mijn vader ongelofelijk veel moeite om haar weer rustig te krijgen, zonder dat zo’n confrontatie hem ook maar iets opgeleverd had. Dan zuchtte hij diep en nam zich voor maar niets meer tegen haar te zeggen, maar ook dat beviel mijn moeder niet. Dan verweet ze hem dat hij haar met zijn zwijgen kwetste en eiste ze daar weer excuses voor. ‘Je moeder is niet altijd de gemakkelijkste’, zei hij zo nu en dan tegen mij of Huub. Wij beaamden dat, want ook wij hadden last van de hysterische buien van ons moeder.
Tegen iedereen die het maar horen wilde, vertelde mijn moeder dat ze een geweldige relatie met mijn vader had, dat ze elkaar nog steeds seksueel aantrekkelijk vonden en dat ze, als ze al woorden hadden, nooit met ruzie naar bed gingen. ‘Ik sta erop dat we voordat we samen gaan slapen het weer goed gemaakt hebben’, zei ze vaak. Wij wisten dat dat betekende dat mijn vader zijn excuses aan haar moest aanbieden, ook als hij niet degene was geweest die de ruzie was begonnen.
Mijn moeder had een geweldig goed huwelijk, vond ze zelf. Mijn vader dacht daar, wisten wij, iets genuanceerder over. Maar daar sprak hij alleen met ons over. Dat wil zeggen toen we ouder werden. Toen we jong waren sprak hij zich nooit uit over de fricties in hun huwelijk, zodat wij toen ook dachten dat ze een geweldig huwelijk hadden. Dat alleen wij als kinderen last van de buien van onze moeder hadden.
Maar toen we een jaar of veertien, vijftien waren, zagen wij de fricties in hun huwelijk wel degelijk. Dat wil niet zeggen dat er geen liefde tussen mijn vader en moeder was, maar die liefde miste iets. Ik geloof dat mijn vader en moeder zich, ook na jaren huwelijk, nog steeds seksueel tot elkaar aangetrokken voelden. Misschien was seks wel wat hen het meeste met elkaar verbond. Maar voor de rest deelden ze, geloof ik, niet wezenlijk iets met elkaar.
Dat is op zichzelf niet zo erg. Er zijn genoeg stellen die elkaar niet zoveel meer te vertellen hebben en die uit een soort gewoonte bij elkaar blijven. Die elkaar vrij laten. Vrij om ieder hun eigen gang te gaan. Dan delen ze een huishouden en een vaag gevoel van thuis. Dat betekent ook niet persé dat de relatie niet goed meer is, alleen spat de liefde er niet meer van af.
Op het dorp waar ik mijn vroege jeugd heb doorgebracht woonden twee vrienden, ieder in hun eigen kleine boerderij. Elke zondag ging de ene vriend bij de ander op bezoek. Dan zaten ze samen aan de keukentafel en dronken zwijgzaam hun koffie. Ze zeiden letterlijk geen woord tegen elkaar. En na een uurtje stond de vriend die op bezoek was op en zei: ‘Was gezellig’. ‘Ja’, beaamde de ander dan. En dan was het bezoekje weer afgelopen. Ze hadden blijkbaar geen woorden nodig om zich vertrouwd met elkaar te voelen.
Vriendschap heeft vele gezichten.
Zo kan het dat een huwelijk voor de buitenwereld maar saai is, terwijl het voor de echtelieden een baken van rust en vertrouwdheid betekent. Ik denk dat vriendschap de basis is van elke goede relatie. En de basis van vriendschap is dat je elkaar accepteert zoals je bent. Als een huwelijk niet gebaseerd is op zo’n soort vriendschap, dan kan dat huwelijk van buiten af een goed huwelijk lijken, maar mist het iets essentieels.
Een nicht van me zei ooit: ‘Ik zag jouw vader en moeder in de stad lopen, hand in hand. Die hebben het goed samen. Dat die nog steeds heel veel van elkaar houden, zie je zo’. Ik zweeg. Ik wist wel beter. Als mijn vader mijn moeder geen hand zou geven terwijl ze samen door de stad liepen, dan zou ze daar ongelofelijk boos om worden. Dan zou ze daar over door blijven zeuren en hem van allerlei zaken beschuldigen, bijvoorbeeld dat hij niet meer van haar hield en dat hij wellicht een oogje op een ander zou hebben, of een andere beschuldiging waarvan ze wist dat die nergens op sloeg, zodat het voor mijn vader gemakkelijker was om maar gewoon hand in hand met haar te lopen, ook al was hij op dat moment veel liever alleen op zijn tuin geweest en had hij de pest in omdat hij, tegen zijn zin, door haar gedwongen was om met haar te gaan winkelen.
Er was geen vriendschap tussen mijn ouders. Ik heb me wel eens afgevraagd of er ooit vriendschap tussen hen is geweest. Er zijn twee soorten verliefdheid, denk ik. Je kunt verliefd worden op iemand omdat je verlangt door die persoon gezien en geliefd te worden of je kunt verliefd op iemand worden omdat je die persoon zo mooi vindt dat je jezelf met die persoon wil delen. Als je pech hebt wordt je verliefd op iemand omdat je die persoon zo mooi vindt dat je jezelf met die persoon wil delen en wordt die persoon verliefd op jou omdat hij of zij verlangt door jou gezien en geliefd te worden. En als je jezelf met zo’n persoon deelt dan is de kans groot dat je gedwongen wordt jezelf helemaal leeg te geven.
Mijn vader had de pech verliefd te worden op mijn moeder. Hij wilde zichzelf met haar delen en zij dwong hem om zichzelf helemaal leeg te geven.
Dat was geen gelijkwaardige relatie.
Het miste vriendschap. Want vriendschap ontstaat als beide personen de ander zo bijzonder vinden dat ze zichzelf met die ander willen delen. En dat soort vriendschap kan er ook tussen drie of vier of meer mensen ontstaan. Zonder die vriendschap kan een relatie niet gelijkwaardig zijn.
Toen ik Anke en Dora ontmoette werd ik zo ‘verliefd’ op hen allebei dat ik mezelf met hen wilde delen. Dat zij dat net zo voelden zorgt ervoor dat we een echte hechte vriendschap ontwikkelden.
Als ik die vriendschap zou moeten beschrijven zou ik zeggen ‘knus’. Gewoon knus dus.
Wat een geluk.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: