Ze ligt, op haar rug, in bed en laat haar gedachten de vrije loop. Eigenlijk doet ze dat altijd op het moment dat ze in bed ligt. Nieuwsgierig waar haar brein haar dit keer weer naar toe brengt. Ze denkt aan de zin die haar vader opgeschreven heeft. ‘Mozart come back’. Waarom zou Mozart terug moeten komen? En waar was Mozart dan heen? En waarom Mozart? Ze moet plots denken aan een anekdote die haar vader haar ooit vertelde. Een anekdote over Mozart als practical joker.

Mozart en Salieri probeerden tegen elkaar op te bieden en schreven om de beurt een stuk dat de ander dan op de piano moest spelen. Hoe ingewikkeld de stukjes ook waren die Salieri schreef, Mozart speelde ze zonder moeite. Andersom was dat ook zo, totdat Mozart een stukje schreef waarbij de linkerhand helemaal links noten moest spelen en de rechterhand helemaal rechts. Maar Mozart had ook een noot geschreven die midden in het pianoklavier gespeeld moest worden. ‘Dat is helemaal niet te spelen’, had Salieri gezegd. ‘Wel degelijk’, had Mozart geantwoord. ‘Hoe dan?’, vroeg Salieri vertwijfeld. Mozart speelde vervolgens het stuk en toen de noot in het midden gespeeld moest worden, met de rechterhand helemaal rechts en de linkerhand helemaal links, speelde hij die noot door de toets met zijn neus in te drukken! ‘Zie je wel dat het kan!’, had hij triomfantelijk geroepen.

Haar vader had die anekdote voor het eerst gehoord van een vriend uit Engeland, die net als hij een grote liefhebber van Mozart was. Bert heette die vriend. Hij had een paar keer bij hen gelogeerd. Toen ze daar aan terug dacht, dacht ze terug aan een andere anekdote die haar vader haar vaak verteld had. Hij had een brief van Bert gehad, nadat Bert bij hen had gelogeerd. In die brief had Bert in het Nederlands geschreven: ‘Bedankt, ik kom achterkant’. ‘Ik had geen idee wat hij daarmee bedoelde’, had haar vader gezegd. Totdat hij zich gerealiseerd had dat Bert helemaal geen Nederlands beheerste en waarschijnlijk een woordenboek had gebruikt om die laatste zin, in het Nederlands, op te kunnen schrijven. Haar vader had die Nederlandse tekst vervolgens weer in het Engels vertaald. ‘Thanks, I come back’, stond er toen. In het woordenboek dat Bert gebruikt had, stonden verschillende betekenissen van het woord ‘back’, en Bert had, op de gok voor ‘achterkant’ gekozen.

Op de een of andere manier weet ze dat dit belangrijk is. Dat ‘Mozart come back’, met deze anekdotes te maken heeft. ‘Mozart komt achterkant’, vertaalt ze in haar hoofd. Waarom staat die zin onder de aanwijzigingen hoe de geheime vakken van het bureau geopend kunnen worden? 

Ze weet dat als ze zal gaan slapen, ze wellicht zal vergeten wat ze in haar voorslaap bedacht heeft en staat op, loopt naar het bureau en schrijft op een papiertje: ‘Mozart speelt links en rechts met zijn handen en met zijn neus in het midden, op de achterkant.’ ‘Als ik dat morgen terug lees, dan weet ik wel wat ik net allemaal bedacht heb’, denkt ze. Ze loopt terug naar bed en gaat op haar zij liggen. Ze weet dat haar hoofd wat rustiger zal worden als ze op haar zij ligt, maar toch blijven de twee anekdotes zich in haar hoofd herhalen en herhalen. 

Wat hebben die anekdotes met het bureau te maken? Waarom heeft haar vader die zin opgeschreven en voor wie? Voor mama kan het niet zijn. Ze weet niet waarom ze dat denkt, maar ze weet wel dat het waar is. Haar moeder zou zo’n zinnetje helemaal niet koppelen aan die anekdotes. Dat betekent dat die zin waarschijnlijk voor haar bedoeld zal zijn. Maar wat hebben die anekdotes met het bureau te maken? Ze blijft wakker, hoe ze ook van de ene zij op de andere draait. ‘Er moet iets met de achterkant van dat bureau aan de hand zijn’, denkt ze.

Ze besluit op te staan en het bureau aan de achterkant te gaan inspecteren. ‘Maar eerst een kopje chocolademelk’, zegt ze in zichzelf. Ze doet wat cacaopoeder in een beker en voegt wat agavesiroop toe. Ze roert totdat alle poeder door de agavesiroop is opgenomen en het een dik cacaopapje geworden is. Ze maakt, in de magnetron, wat melk warm die ze in de beker giet. Ze roert totdat het papje in de melk opgelost is. Ze neemt een slok en zet de beker op de keukentafel.

Ze loopt naar het bureau en draait het van de muur af zodat de achterkant zichtbaar wordt. Ze neemt de beker met chocolademelk, neemt nog een slokje en bekijkt de achterkant van het bureau op haar gemak. Ze doet een stap achteruit om het geheel te overzien en dan ziet ze het. Aan beide zijkanten loopt een lat waar twee groeven in zitten, zodat in het midden van de lat een klein vierkantje zichtbaar wordt. Ook aan de rand bovenaan zit in het midden zo’n vierkantje.

‘Mozart, kom achterkant’, zegt ze en drukt met de duim van haar rechterhand op het vierkantje aan de rechterkant van de achterkant van het bureau, terwijl ze tegelijkertijd met de duim van haar linkerhand op het vierkantje aan de linkerkant van de achterkant van het bureau drukt. Met haar neus gaat ze naar het vierkantje dat zich midden bovenaan de achterkant van haar bureau bevindt en drukt ook daar op. Op het moment dat ze dat doet hoort ze een klik. Ze trekt haar neus terug en het hele achterpaneel scharniert open. Het scharnier zit aan de onderkant.

De ruimte achter het paneel is niet erg breed. Tussen het achterpaneel en de achterkant van het bureau bevindt zich een ruimte van ongeveer één centimeter, net genoeg voor wat papieren. En dat is ook precies wat ze daar vindt. Een envelop waarop haar vader met sierlijke letters ‘voor mijn unieke kind’ geschreven heeft. Ze neemt die envelop uit de houder waar haar vader hem ingeschoven heeft. ‘PERSOONLIJK’, staat er in hoofdletters op. Ze onderzoekt nog even of ze niets over het hoofd heeft gezien en doet dan het paneel weer, met een klik, dicht. 

Ze probeert nog even of het paneel niet opengaat als ze alle vierkantjes één voor één indrukt, of twee voor twee, maar dat lukt niet. Alleen als ze alledrie de vierkantjes tegelijkertijd indrukt gaat het paneel weer open. Mozart aan de achterkant. Hoe wist haar vader dat ze er achter zou komen wat hij bedoelde? Of had hij haar daarom herhaaldelijk, soms tot vervelens toe, die anekdotes verteld?

‘Papa, ik heb die anekdotes nu al zo’n honderd keer gehoord’, had ze een keer gezegd. ‘Ze zijn belangrijk’, had haar vader geantwoord. ‘Waarom?’, had ze gevraagd. ‘Om je er aan te herinneren dat je altijd verder moet kijken dan je neus lang is’, zei haar vader met een glimlach. ‘Of, in het geval van Mozart, hoe lang je neus is’, had zij met een grijns gezegd. Toen had haar vader haar even heel serieus aangekeken. ‘Precies’, was zijn reactie geweest.

Ze schuift het bureau weer met de achterkant tegen de muur en legt de envelop op het bureaublad. Ze neemt een laatste slok chocolademelk en brengt de beker naar de keuken waar ze hem even omspoelt. Ze loopt terug naar haar bureau en snijdt de envelop open met een ivoren briefopener die ze, toen ze een jaar of tien was, van haar heeroom cadeau heeft gekregen. ‘Die komt echt uit Afrika’, had haar heeroom benadrukt. Ze schudt de inhoud van de envelop op het bureaublad. Het is een brief van haar vader. Voor haar. Een brief die ze nu pas mocht ontvangen. Meer dan twintig jaar nadat hij gestorven is.