Lief uniek kind van me,

Er is iets waarvan ik vind dat je het moet weten, of liever gezegd, waarvan ik vind dat je het recht hebt om het te weten, maar dat ik je helaas niet heb kunnen vertellen. Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen, zoals je dat van mij gewend bent. Het gaat over wie je bent. Of liever gezegd hoe je geboren bent. Bij je geboorte was je zowel mannelijk als vrouwelijk. Hermafrodiet, noemen ze dat. Er is toen besloten om je te opereren zodat je als vrouw door het leven zou gaan. 

Dat was niet mijn beslissing. 

Vlak na je geboorte werd ons verteld dat er iets niet goed aan je zou zijn. We waren eerst bang dat je zwakbegaafd zou zijn of zoiets, totdat de arts ons vertelde dat hij niet vast kon stellen welke sekse je had omdat je zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken had (zo zei hij het letterlijk). Voor de rest zag je er gezond uit. Hij stelde meteen voor om je een operatie te laten ondergaan zodat je als vrouw door het leven kon.

‘Moet dat nu meteen?’, vroeg ik nog, maar je moeder schoot in de stress toen ze je in je blootje zag. ‘Natuurlijk moet dit zo snel mogelijk gecorrigeerd worden!’, riep ze hysterisch uit (je weet hoe je moeder is). ‘Maar waarom?’, probeerde ik nog en ontlokte daarmee nog meer hysterie. ‘Wat moeten de mensen wel niet denken als ze zo’n vreemd wezen zien!’, schreeuwde je moeder. ‘Wat doet dat er nou toe?’, was mijn reactie. ‘IK WIL DIT NIET, IK WIL DIT NIET, IK WIL DIT NIET!!!’, schreeuwde je moeder, ‘Dat kind moet zo snel mogelijk geopereerd worden!’. ‘Dat heeft toch geen haast’, probeerde ik nog, maar dat leek ze helemaal niet te horen.

‘Je kunt dat kind toch niet met twee geslachten laten opgroeien’, hyperventileerde je moeder panisch. ‘Naar wat voor een school moet het dan? Je kunt dat kind dan niet naar een jongensschool sturen en ook niet naar een meisjesschool, dan wordt het alleen maar gepest omdat het anders is dan anderen’, ratelde je moeder maar door.

‘Zo’n operatie is overigens vrij simpel’, deed de arts nog een duit in het zakje, ‘en hoe vroeger hoe beter’. ‘Nou hoor je het ook van een ander’, meende je moeder. Ik vond het nogal wat. Dat je een kind dat feitelijk gewoon gezond is een operatie aandoet, is toch wel een beetje vreemd. Maar het waren de jaren vijftig. In de ogen van mensen bestonden er alleen maar mannen en vrouwen. Meisjes en jongens zaten op verschillende scholen en speelden eigenlijk ook nooit met elkaar. En een kind met twee geslachten werd als een soort monster beschouwd.

Niet door mij overigens. Ik vond je vanaf het moment dat ik je in mijn armen had alleen maar heel bijzonder. 

Misschien kwam dat ook wel omdat mijn lievelingsoom volgens mijn moeder eigenlijk haar oudere zus was, die altijd al liever een man geweest was. Ze droeg van jongs af aan mannelijke kleren, noemde zich Gerrit in plaats van Gertrude en had een diepe donkere stem waardoor iedereen haar, in het dorp waar ze vandaan kwam, als man geaccepteerd had. Ze wisten wel dat ze eigenlijk een vrouw was, maar accepteerden dat ze zich als man gedroeg. Voor mij was de oudere zus van mijn moeder gewoon oom Gerrit. 

De arts verzekerde mij dat het de gewoonte was dat elk kind dat twee geslachtskenmerken had geopereerd werd. Dat was standaardprocedure. In het geval van ons kind, jij dus, was het, volgens hem, overduidelijk dat je vrouwelijke kant iets sterker was dan je mannelijke kant, dus stelde hij voor om een vrouw van jou te maken. ‘Dat was’, zo benadrukte hij ook nog, ‘operatief ook de eenvoudigste oplossing’.

Daar ging je moeder meteen mee akkoord. Ze wilde graag een dochter na de geboorte van haar eerste kind, dus dat de arts voorstelde om van jou een vrouw te maken, kwam haar wel goed uit.. Het is me niet gelukt om jouw transformatie uit te stellen, dus werd je als piepkleine baby geopereerd. Zonder verdoving, omdat er vanuit werd gegaan dat een baby nog geen echte pijn zou voelen. Ik mocht niet bij je operatie aanwezig zijn en stond buiten de operatiekamer zenuwachtig te wachten. Zo nu en dan hoorde ik je hartstochtelijk huilen. Dat ging dwars door mijn ziel heen. ‘Dat betekent niet dat ze echt pijn heeft’, meende een verpleegster mij te moeten verzekeren, maar daar geloofde ik eerlijk gezegd niks van.

Het heeft me vaker verbaasd dat mensen hun ideeën over de werkelijkheid zwaarder laten wegen dan de werkelijkheid zelf. Alsof het huilen van een baby niet een overduidelijk  bewijs is dat die baby lijdt. Hoe zou dat ook kunnen als je er vanuit gaat dat een baby niet lijden kan. Dan huilt die baby misschien wel, maar dat kan dan niet van de pijn zijn. Stelletje idioten.

Ik voelde me machteloos. Ik had je zo graag willen beschermen, maar ik had geen idee hoe. Ik heb me daar de rest van mijn leven schuldig om gevoeld. Ik had je moeten beschermen. Ik had ervoor moeten zorgen dat je die pijn niet werd aangedaan. Ik had nooit moeten toestaan dat je geopereerd zou worden terwijl je kerngezond was. Ik vraag me nog steeds af wat er gebeurd zou zijn als je niet kerngezond was geweest, of je die operatie dan wel had overleefd.

Je vraagt je misschien af waarom ik het, tijdens mijn leven, nooit met jou over je geboorte heb gehad en je niet veel eerder heb verteld dat je met twee geslachten bent geboren. Nadat je geopereerd was heb ik het daar met je moeder nog over gehad. ‘Ze hoort op een gegeven moment te weten wie ze is’, heb ik haar meer dan eens gezegd. ‘Ze is een meisje, punt uit’, reageerde je moeder. ‘Ja, maar ze hoort te weten dat ze als hermafrodiet geboren is, daar heeft ze recht op’, probeerde ik nog. ‘Ik begrijp niet wat je daar mee wilt bereiken’, reageerde je moeder daar altijd boos op, ’ik wil niet dat je een hoop onrust veroorzaakt om niets. Dat kind is mijn dochter, hoor je, daar ga jij niet alsnog een hermafrodiet van maken’. ‘Maar zo is ze wel geboren’, zei ik. ‘We hebben toen besloten dat ze geopereerd zou worden, zodat het duidelijk zou worden wat en wie ze is, en voor de rest wil ik er niets meer over horen!’, schreeuwde je moeder dan, almaar hysterischer wordend. 

Je weet hoe je moeder is, of tegen de tijd dat je dit leest, was. Als ze een hysterische bui had was ze voor geen enkele rede meer vatbaar. En ik wist dat ze hysterisch zou worden als ik, buiten haar om, aan jou verteld zou hebben dat je als hermafrodiet geboren bent. Het liefst had ze dat gewoon ontkend. Als ik het ter sprake probeerde te brengen, reageerde ze daar altijd zeer geïrriteerd op en stond ze binnen de kortste keren buiten zichzelf van woede te schreeuwen. Sinds je operatie was je haar dochter, punt uit. Dat ik je wilde vertellen wie je bij je geboorte was geweest beschouwde ze op zichzelf al als verraad aan haar. Ze maakte me duidelijk dat ze me dat nooit zou vergeven. En je weet hoelang je moeder om iets kleins al weken lang kwaad kon blijven, en hoe onhebbelijk ze dan was. Dus zweeg ik. Misschien wel uit lafheid.

Toch zat me dat niet lekker. Voor mij ben je meer dan mijn dochter. Je bent een uniek persoon. Er worden maar weinig mensen geboren die zowel vrouw als man zijn. Het is volgens mij niet iets om je voor te schamen. Dat je moeder daar anders over dacht heeft me, om eerlijk te zijn, van haar vervreemd. Alsof ze je niet kon accepteren zonder je eerst te veranderen. Je zelfs niet wilde accepteren zonder je eerst te veranderen.

Ik kan me herinneren dat je haar vertelde dat je op vrouwen viel en hoe zij dat volstrekt niet serieus wenste te nemen. Dat had voor een deel te maken met het feit dat zij, samen met die arts, besloten had om je mannelijke kant te elimineren, letterlijk weg te halen. Zo maakte ze van jou de dochter in wie ze zichzelf kon zien. Door op vrouwen te vallen verstoorde je dat beeld. Dat verdroeg ze niet. ‘Het is alsof die verdomde mannelijke kant het van haar overneemt’, zei ze op een gegeven moment tegen me. ‘En wat dat nog’, zei ik, ‘ze is wie ze is’. ‘Ik heb er niet voor niks voor gekozen dat ze mijn dochter is’, redeneerde je moeder toen. Ik ben er maar niet meer tegenin gegaan. Ik wist dat dat geen zin had.

Toch heb ik het gevoel dat ik jou daardoor onrecht heb aangedaan. En dat spijt me. Ik weet dat ik dat niet recht kan zetten door je op deze manier te informeren, maar ik zie geen andere oplossing. Toen ik het bureau voor je moeder maakte heb ik een geheim vak gemaakt waarin ik deze brief kon verbergen. Als je die brief leest dan betekent dit dat je dat geheime vak hebt ontdekt. Ik wist dat je moeder en je broers de zin ‘Mozart come back’, nooit zouden kunnen ontcijferen, omdat ik de anekdotes waar die zin naar verwijst nooit met hen gedeeld heb, alleen met jou, in de hoop dat ik er op die manier voor kon zorgen dat je deze brief ooit zou ontvangen. Als je deze brief leest dan is dat gelukt.

Ik besef dat de inhoud van deze brief nogal een schok voor je zal zijn. Wat het precies met je zal doen, weet ik niet. Of ik er goed aan doe om deze informatie op deze manier met je te delen, weet ik ook niet. Het deugt niet dat iets dat zo’n belangrijk onderdeel uitmaakt van wie je bent zo lang voor je verborgen is gebleven. Er zijn verschillende momenten in jouw leven geweest dat ik op het punt heb gestaan om het je te vertellen, maar ik heb die momenten helaas allemaal voorbij laten gaan. Ik hoop dat je me dat wilt vergeven. Maar als dat niet zo is, dan begrijp ik dat ook. Mijn angst voor de hysterie van je moeder had ik misschien moeten overwinnen. Ik ben bang dat ik daar niet sterk genoeg voor was.

Jij neemt een hele speciale plek in mijn hart in. Ik noem je niet voor niets mijn unieke kind. Je bent immers niet mijn dochter of mijn zoon, je bent beiden. Daar doet die stomme operatie niets aan af. Ik hou van je, mijn unieke kind. Ik hou van je zoals ik van niemand anders hou.

Je vader.