‘Wil je met me trouwen?’, vraagt Petra. ‘Wat bedoel je?’. ‘Of je met me wilt trouwen, je weet wel, in het huwelijk treden, elkaar eeuwige trouw beloven en dat soort dingen. En dan samen gaan wonen en lief en leed met elkaar delen totdat de dood ons scheidt’. Ze kijkt Petra verbaasd aan. ‘Waar komt dat vandaan?’, wil ze weten. ‘Nou dat zal ik je vertellen’, zegt Petra, ‘mijn vader wil graag kleiner gaan wonen en heeft mij voorgesteld om onze woningen te ruilen. Dan gaat hij in mijn huis wonen en ik in het zijne. Dat huis is groot genoeg voor meer dan twee mensen, zodat we daar samen kunnen wonen en toch ieder onze eigen ruimte kunnen hebben. Ik zou het alleen wel leuk vinden als we de slaapkamer zouden delen’. ‘Dat betekent dat je vraagt of ik naar Haarlem wil verhuizen?’. ‘Ja, feitelijk wel’. ‘En om dan onze levens samen te delen’. ‘Ja’. ‘Natuurlijk wil ik dat’, zegt ze. ‘Mooi’, zegt Petra, ‘dan gaan we dat regelen’.

Ze belt Herman om hem van het geplande huwelijk op de hoogte te stellen. ‘En waar ga je dan trouwen?’, vraagt hij. ‘Daar hebben we nog niet over nagedacht’, zegt ze, ‘maar ik denk dat het Haarlem wordt. Dan kunnen we het feest in ons nieuwe huis vieren’. ‘Dan zorg ik voor de catering’, stelt Herman voor. ‘Je hebt toch wel een beetje een fatsoenlijke keuken, hoop ik’. ‘Ja, die keuken is wel oké’, meent ze. ‘Dat is dan afgesproken’, zegt Herman.

‘Nou moet ik alleen nog nadenken over wat ik met Onno doe’, zegt ze zuchtend. ‘Gewoon uitnodigen en zien of hij op de bruiloft komt’, meent Herman. ‘Waarom kan hij nou niet gewoon simpel accepteren dat ik ben wie ik ben. waarom doet hij daar nou zo moeilijk over? Het is al ingewikkeld genoeg, zonder al dat gedoe’. ‘Dat is zijn probleem, niet het jouwe. ’Maar waarom?’, roept ze vertwijfeld.

‘Weet je nog dat Bob Dylan van akoestische naar elektrisch versterkte muziek overstapte en hoe een deel van zijn publiek dat als verraad beschouwde?’, vraagt Herman. ‘Ja, hij werd zelfs voor Judas uitgemaakt’. ‘Precies, en dat allemaal omdat hij niet aan de verwachtingen van die fans wilde voldoen. Omdat ze hem als folkzanger gewend waren, wilden ze dat hij dat voor altijd zou blijven. Alsof dat de enige rol was die hij in hun ogen mocht spelen. En daar ging hij tegenin door van rol te veranderen, ongeacht wat zijn fans daar van vonden’. ‘Ik geloof dat hij toen zelfs doodsbedreigingen heeft gehad’. ‘Ja, dat klopt, en dat allemaal omdat er een Dylan tevoorschijn kwam die niet voldeed aan de verwachtingen van zijn ‘fans’. Het personage dat zij hem toeschreven, mocht geen andere rol spelen. Voor die fans was het feit dat de persoon Dylan zichzelf muzikaal een andere rol toedichtte, onverteerbaar. Ook al bleef Dylan daarmee trouw aan zichzelf’. ‘Maar wat heeft dat met Onno te maken?’.

‘Onno is gewend dat jij zijn zus bent. Dat is jouw rol in zijn leven. Aan die rol is hij gewend. En dan komt hij er ineens achter dat jij als persoon niet bent wie hij gewend is. Toen jij daar achter kwam, moet dat voor jou al niet gemakkelijk geweest zijn, maar voor Onno is dat niet te behappen. Dat is niet alleen omdat jij daardoor ineens een andere rol in zijn leven speelt, maar omdat dat ook zijn idee over wie papa en mama zijn aantast. Als hij erkent dat jij als intersekse persoon geboren bent, dan betekent dit dat papa en mama jou hebben laten opereren. Dat ze daar nooit over hebben gesproken, betekent dat ze niet de betrouwbare ouders waren die hij dacht dat ze waren. Anders zouden ze zoiets niet verborgen hebben gehouden’.

Herman zucht even en vervolgt dan: ‘Dat betekent ook dat papa een geheim dat hij met mama deelde niet geheim gehouden heeft, en in die zin zijn rol als trouwe echtgenoot heeft verzaakt. Mama was er immers trots op dat zij en papa, wat de opvoeding betreft altijd één lijn trokken. Dus is het niet alleen zo dat Onno moeite heeft met het feit dat jij intersekse bent, maar dat hij, als hij dat als feit accepteert, veel meer zaken die hij als vaststaand beschouwde opnieuw ter discussie moet stellen. Dat heel veel zaken waar hij zeker van dacht te zijn, dat helemaal niet blijken te zijn. En daar kan Onno niet goed tegen’. ‘En zijn vrouw al helemaal niet’, lacht ze. ‘Nee, precies’, zegt Herman, ‘maar dat is jouw probleem niet. dat is hun probleem. Dus ik zou zeggen: nodig hem en zijn gezin gewoon uit voor je huwelijk en dan zie je wel wat daarvan komt’.

‘Je hebt gelijk Herman’, zegt ze, ‘ik nodig Onno en co gewoon uit en dan zie ik wel wat daar van komt. Als ze niet komen, prima, als ze wel komen, ook goed’. ‘En wat als ze maar voor de helft komen, of maar voor een kwart?’, grinnikt Herman. ‘Als jij er maar bent’, zegt ze, ‘dat vind ik het belangrijkst’. ‘Daar kun je op rekenen’, zegt Herman. ‘Ik hou van je, Herman’. ‘Ik hou ook van jou broerzus’.

Zonder het van elkaar te weten glimlachen ze, omdat ze, allebei los van elkaar, beseffen dat ze in elkaar’s hart zitten. Ze zijn nog steeds met elkaar verbonden, ook al hebben ze de verbinding via hun mobieltjes verbroken. 

Dat is wat liefde doet.