ruud moors ze aflevering 24
De zon schijnt in een lichtblauwe lucht met schapenwolkjes. Het belooft een mooie dag te worden. Een select groepje familie en vrienden is in hun nieuwe thuis bij elkaar gekomen om van daaruit samen naar het stadhuis te lopen. Niet alle familie is hier. Onno en zijn gezin zijn er bijvoorbeeld niet. Ze vraagt zich af of Onno het af zal laten weten. Ook een zus van Petra is er niet. ‘Die zal vast al naar het stadhuis zijn’, verzekert Petra’s vader haar.
Sinds een paar dagen woont ze hier samen met Petra. De verhuizing was, zoals ze wel verwacht had, een heel gedoe. Alleen haar boeken vulden al ruim zestig verhuisdozen, zelfs nadat ze alle boeken had weggedaan waarvan ze wist dat ze ze toch nooit meer zou lezen. En eigenlijk had ze die verhuisdozen, te horen aan het gekreun van de verhuizers, ook veel te vol geladen. Maar ja, anders waren het er wel honderd geweest. Maar nu staan al die boeken in haar eigen bibliotheek. Een kamer alleen voor haar boeken, met een leestafel in het midden, en haar bureau voor het raam. In een andere ruimte staat haar piano. Daar bevindt zich ook haar muziekverzameling: haar cd’s, elpees, bladmuziek, allerlei muziekinstrumenten en een computer om opnames op te maken. Ook haar verzameling dvd’s staat er, en een stereoinstallatie, een dvd-speler en een televisie die vroeger groot genoemd zou zijn, maar tegenwoordig als klein wordt gezien.
Ook Petra heeft haar eigen kamers. Ze slapen samen in een niet al te grote kamer. En op zolder zijn er twee kleine slaapkamers voor eventuele gasten. Petra’s vader had die kamers al als gastenkamers ingericht en ze zijn intact gelaten toen hij naar Petra’s huis vertrok. De benedenetage is de gemeenschappelijke ruimte, die nu nog spaarzaam is ingericht. En in het souterrain bevindt zich een uitgebreide keuken over de volle lengte van het huis, met een enorme eettafel waar wel plaats is voor zestien mensen.
In de tuin staat een grote party-tent en een grote hoeveelheid tafeltjes en stoelen. Herman is al druk in de weer geweest om samen met zijn partner de catering te verzorgen. ‘Dat is mijn huwelijkscadeau’, had hij gezegd, toen ze hem om de rekening vroeg. ‘Weet je het zeker Herman?’, had ze gevraagd. ‘Als het goed is, trouw je maar één keer’, had hij geantwoord. ‘En als je nog een keer trouwt, betaal je het volle pond’, had hij er aan toegevoegd. ‘Dat is afgesproken’, was haar reactie geweest.
Ze lopen samen voorop, Petra en zij, allebei in zwierige, vrolijk gekleurde rokken, met in hun kielzog een lange sliert vrienden en familie. ‘Als we spandoeken zouden hebben en leuzen zouden schreeuwen, zou iedereen denken dat we een demonstratie houden’, grinnikt Petra.
‘Maar dat doen we ook’, zegt ze, ‘we houden een demonstratie van onze liefde, ‘van ons huis tot het stadhuis en terug’. Ze trekken inderdaad nogal bekijks.
Als ze de trouwzaal binnengaan horen ze pianomuziek. Chopin. Petra’s ogen schieten vol. Haar zus zit achter de vleugel en geeft haar een knipoog terwijl ze onverstoorbaar verder speelt.
Ze gaat samen met Petra op de stoelen zitten die voor de katheder klaarstaan. Achter zich hoort ze het geschuifel van stoelen en het gemurmel van de gasten die gaan zitten. Ze weet dat ook Onno en zijn gezin aanwezig zijn, omdat ze hen voor het stadhuis al heeft zien staan. Ze heeft ze even toegeknikt en kreeg van Onno ook een knikje terug.
‘Jullie kennen elkaar nu al een hele tijd. Gedurende die tijd hebben jullie een lat-relatie gehad, omdat jullie allebei je eigen ruimte wilde hebben. Sinds kort kunnen jullie samen in een huis wonen, waar je toch ieder jullie eigen gang kunnen gaan. Ik heb uit de gesprekken met jullie begrepen, hoe belangrijk dat voor jullie is. Maar ook dat jullie, ondanks die zucht naar autonomie, of misschien wel dankzij, je innig met elkaar verbonden voelen. Zo innig, dat jullie besloten hebben om niet alleen samen te gaan wonen, maar ook om in het huwelijk te treden’.
Het is, op een enkele kuch of zucht na, stil als de ambtenaar van de gemeente haar praatje houdt.
‘Jullie hebben allebei al een lange geschiedenis achter de rug. Petra is al eens eerder getrouwd geweest met een man voordat ze Zus ontmoette. Dat huwelijk heeft helaas niet heel erg lang mogen duren. Dat Petra daarna op een vrouw viel, verbaasde haar in eerste instantie. Dat de vrouw waarop ze viel er onlangs achter kwam dat ze als intersekse persoon geboren is, en dus zowel vrouw als man is, was dan ook een vreemde verrassing’.
‘Wat?’, hoort ze de vrouw van Onno, iets te luid, zeggen.
‘Schijnbaar heeft hij haar dat nog niet durven zeggen’, denkt ze bij zichzelf.
‘Het is de eerste keer dat ik een vrouw en een intersekse persoon met elkaar in de echt verbindt’, zegt de ambtenaar met een glimlach, ‘tenminste voor zover ik weet. Omdat dat zo bijzonder is, heb ik me daar een beetje in verdiept en dan blijkt dat ongeveer 17 mensen op de duizend intersekse zijn. Dat lijkt weinig, maar het betekent wel dat als je tweehonderd mensen kent daar gemiddeld drie mensen tussen moeten zitten die intersekse zijn. Toch trouwt Zus vandaag als vrouw met haar Petra. Want vreemd genoeg is het nog steeds wettelijk niet mogelijk om je als intersekse persoon te registreren’.
Petra en zij hebben bewust besloten om tijdens deze huwelijksceremonie duidelijk te maken dat Zij een intersekse persoon is. Ze realiseerden zich, toen ze dat besluit namen, dat dat voor een aantal familieleden en vrienden nogal een schok zou kunnen zijn. Maar ze realiseerden zich ook dat het alternatief voor henzelf veel moeilijker zou uitpakken. Omdat ze dan iedereen persoonlijk op de hoogte zouden moeten stellen, of het voor iedereen geheim zouden moeten houden. Dat laatste zou sowieso niet lukken, beseften ze. En daarom hadden ze de ambtenaar gevraagd het in haar speech te verwerken.
‘Dat doet ze op een mooie manier’, dacht ze.
‘Dat mama mij ‘Zus’ heeft genoemd, is eigenlijk wel het toppunt van hypocrisie’, had ze tegen Petra gezegd, nadat ze erachter was gekomen dat ze als intersekse persoon geboren was. Haar vader had die naam nooit zijn strot uit kunnen krijgen. Vandaar dat hij haar altijd ‘mijn unieke kind’, had genoemd. ‘Misschien moet ik me maar ‘Muk’ noemen’, had ze tegen Petra gezegd. ‘Ik heb het ook altijd vreemd gevonden om je ‘Zus’ te moeten noemen’, antwoordde Petra. ‘Dat zeg je ook nooit’. ‘Nee, voor mij ben je ‘Mijn Grote Liefde’ of ‘Liefje’ of ‘Mijn Liefste Schat’. ‘En al die dingen ben jij ook voor mij, maar ja, dat is een liefkozing, geen naam’. ‘Hoe zou je willen heten?’, had Petra haar gevraagd. ‘Ik heb geen idee’, had ze geantwoord. ‘Dan zou ik daar maar eens over nadenken’, was Petra’s reactie geweest. ‘Als ik me Muk noem dan kun jij je Puk noemen’, had ze voor de grap gezegd. ‘Dan zijn we Puk en Muk’. ‘Nee, dan noem ik ons nog liever Jut en Jul’, had Petra geantwoord.
Ze geven elkaar het jawoord en zetten beiden hun handtekening. Herman zet zijn handtekening als haar getuige en de vader van Petra zet zijn handtekening als haar getuige. Ze hebben geen ringen. ‘Ik wil die dingen niet aan mijn vingers’, had Petra gezegd. ‘Waarom niet?’, had ze gevraagd. ‘Ik ken iemand die door zijn trouwring zijn ringvinger is kwijtgeraakt en mijn vingers zijn mij te lief. Ik wil dat risico niet lopen, ook al is het klein’. Ze vond het allang best. Ook zij hechtte niet aan een ring. Trouw zweer je met je hart, niet met een ring.
‘We nodigen jullie allemaal uit om met ons mee naar huis te gaan om daar samen ons huwelijk te vieren’, zegt Petra tegen alle aanwezigen. Getrouwd verlaten ze het stadhuis en lopen naar hun huis, weer met een slinger familie, vrienden en bekenden achter zich aan.
‘Als jij je nou Rikkie noemt, dan noem ik me wel Slingertje’, zegt ze tegen Petra, die prompt in de lach schiet. ‘Misschien kunnen we een wedstrijd uitschrijven waarbij degene die de beste naam voor jou verzint een prijs krijgt’, oppert ze. ‘Wat denk je van Peppi en Kokki?’. ‘Of van Pipo en Mammalou’. ‘Die hadden toch een dochter die Petra heette?’. ‘En dan noemen we jou Klukkluk’. ‘Wat dacht je van Passie en Bakbanaan?’. ‘Snip en Snap’. ‘Geer en Goor’. ‘Nee dat vind ik Goor, Geer’.
‘Eigenlijk wil ik een naam die zowel vrouwelijk als mannelijk is’, zegt ze ineens serieus. ‘Een naam als Jos of Ton, maar niet echt Ton of Jos, want ik vind Ton of Jos niet echt bij me passen’. ‘Wat dacht je van Cor?’ ‘Nee’. ‘Misschien moet je zelf een naam verzinnen, zoals Bono dat heeft gedaan bijvoorbeeld, of die andere gek van U2 die zich ‘The Edge’ noemt. ‘Wat denk je van ‘Vran?’. ‘Vran?’.
‘Ja’, zegt ze, ‘dat is een samenvoeging van vrouw en man, en dat is precies wat ik ben. En het is ook de beste samenvoeging, want anders krijg je ‘Mouw’, en zo wil ik echt niet genoemd worden. Maar ‘Vran’ is gewoon een lekkere gekke naam’.
‘Zeg Vran, zal ik je vanaf nu dan maar Vran noemen?’, oppert Petra. ‘Ik denk dat dat even wennen is, maar eigenlijk vind ik het wel apart klinken. Petra en Vran, Vran en Petra’.
Petra slaat haar arm om Vran’s schouder.
‘Ik ben geen Zus meer’, denkt ze, ‘vanaf nu wil ik Vran genoemd worden. ‘Ik ben wie ik ben en niet wat anderen van me hebben proberen te maken’.
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: