ruud moors ze aflevering 5
Ze schenkt twee koppen vol met koffie en snijdt een aantal sneeën brood af. Ook schaaft ze alvast een aantal plakjes kaas en draait de deksel van de jampot. Even later komt Petra, in badjas, aan de ontbijttafel zitten. ‘Mmm, dat ziet er lekker uit’, zegt ze. ‘Wil je er ook een eitje bij?’, vraagt ze. ‘Lekker’. ‘Gekookt of gebakken?’. ‘Gebakken lijkt me wel lekker’. Ze zet een koekenpan op het vuur, gooit er een klontje boter in en slaat dan twee eitjes stuk op de rand van de pan en laat de inhoud in de pan glijden. Ze strooit er een beetje zout overheen en maalt er met de pepermolen een beetje peper over. ‘Wil je ook kaas bij je eitje?’, vraagt ze. ‘Graag’, zegt Petra. Ze belegt beide eitjes met een paar plakjes kaas en legt vervolgens een doorzichtige deksel op de pan, draait het vuur even hoog totdat de deksel van binnen beslaat en draait dan het vuur weer laag. Zo laat ze de kaas over de eitjes smelten.
‘Hoe was het om weer eens in de kerk te zijn?’, vraagt Petra. ‘Tja’, zegt ze, ‘het was wel bijzonder. Ik denk dat mijn moeder haar begrafenis wel had kunnen waarderen. En ik vond het wel passend bij haar afscheid. Tegelijkertijd heb ik weinig meer met het Rooms-Katholieke geloof’. ‘Ik vind die rituelen wel mooi’, merkt Petra op, ‘zoveel weelderiger dan wat ik vanuit mijn achtergrond gewend ben. Bij ons is alles zo kaal en saai’. ‘Het is allemaal maar theater’, zegt ze, ‘inhoudelijk stelt het niks voor. Wist je dat wij, als katholieken, de bijbel helemaal niet mochten lezen. Dat was verboden. De geestelijken waren veel te bang dat we er zelf over na zouden gaan denken. En dat was uitdrukkelijk niet de bedoeling. Misschien dat de missen daarom vroeger in het latijn werden gehouden, zodat wij als gewone gelovigen geen idee hadden wat er werd gezegd en gezongen’.
‘Grappig, wij moesten juist elke dag in de bijbel studeren’, zegt Petra, ‘en in ons gezin natuurlijk helemaal, met een vader die dominee is’. ‘Ik kan me herinneren dat mijn ouders een prismabijbel kochten nadat tijdens een concilie besloten was dat gewone gelovigen de bijbel ook mochten lezen, als ze dat wilden. Zo kwamen het oude en het nieuwe testament in onze boekenkast terecht, en konden we de verhalen die we voorheen van de geestelijken hoorden, zelf teruglezen. Ik had daar toen overigens geen enkele behoefte aan omdat ik mezelf niet meer als katholiek beschouwde’.
Ze neemt een slok koffie en besmeert een snee brood met een dunne laag boter. ‘Pas veel later ben ik de bijbel gaan lezen’, zegt ze, ‘en pas toen drong tot me door hoe vreemd de verhalen in de bijbel wel niet zijn’. ‘Hoe kwam je erbij om de bijbel te gaan lezen?’, vraagt Petra. ‘Door het boek ‘East of Eden’ van John Steinbeck, zegt ze. ‘Dat vind ik een prachtig boek omdat het zo gelaagd is. Voor een deel gaat het over één woord in de bijbel en hoe je dat woord kunt vertalen. Eén van de verhaallijnen in dat boek is de concurrentie tussen twee broers om de aandacht van hun vader en hoe dat correleert met het verhaal van Kaïn en Abel in de bijbel. Er is één woord dat drie verschillende betekenissen kan hebben, die van een zin drie verschillende zinnen maakt. Het is een woord dat zowel als ‘kunnen’, ‘zullen’ of ‘moeten’ is vertaald in verschillende versies van de bijbel. Afhankelijk van de keuze van de vertaling wordt de betekenis van de zin waarin dat woord voorkomt totaal anders’. Ze neemt een hap van haar boterham, kauwt en spoelt het brood weg met een slok koffie.
‘Als ik het me goed herinner ging het om een zin die God aan Kaïn meegaf voordat hij zijn broer zou vermoorden. Die zin luidde, afhankelijk van de vertaling van dat ene woord: ‘Gij zult uw begeerte naar zonden overwinnen’, ‘Gij kunt uw begeerte naar zonden overwinnen’, of ‘Gij moet uw begeerte naar zonden overwinnen’. De vertaling van dat ene woord geeft de zin zijn betekenis. ‘Gij zult overwinnen’, is een belofte. ‘Gij moet overwinnen’, is een bevel. Maar ‘Gij kunt overwinnen’, is een keuze. Je kunt er voor kiezen om de begeerte naar je zonden te overwinnen, maar je kunt er ook voor kiezen om dat niet te doen. Dat de vertaling van één woord zo’n verschil in betekenis van een zin kan geven, maakte dat ik de hele bijbel anders ging lezen’. Ze zucht even.
‘Het verhaal van de zondeval bijvoorbeeld. Wij leerden vroeger dat de erfzonde van de mens door Eva was veroorzaakt doordat ze at van de boom van kennis van goed en kwaad. Maar dat is helemaal niet logisch. Om te kunnen zondigen moet je, volgens mij, eerst kennis van goed en kwaad hebben. Als je die kennis niet hebt, kun je simpelweg niet zondigen. Dus kan de eerste hap van Eva van de vrucht van die verboden boom niet zondig zijn geweest. Op het moment dat ze die hap nam had ze immers nog geen kennis van goed en kwaad en kon ze niet kiezen tussen goed en kwaad, waardoor ze ook nog niet kon zondigen. Dat kon ze pas nadat ze van die vrucht had gegeten en zich daardoor de kennis van goed en kwaad toe had geëigend’.
‘Daar heb ik nog nooit zo over nagedacht’, zegt Petra verbaasd. ‘Ga door’. ‘Dat ze ongehoorzaam was geweest is duidelijk’, zegt ze, ‘maar dat was nog geen zonde. Of het een zonde was dat ze Adam verleidde om ook een hap te nemen van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad, zou misschien wel kunnen. Tenminste als ze daarmee een kwaad beging. En dat is ook maar de vraag’. Ze zwijgt weer even. Ze neemt een slok van haar koffie en neemt de draad weer op.
‘Door de kennis van goed en kwaad heeft de mens een geweten gekregen. In zekere zin onderscheidt ons dat, denken we, van de rest van het dierenrijk. Zonder die kennis zou de mens geen geweten hebben. Dankzij die kennis kan de mens kiezen om het goede te doen en het kwade te laten. Zonder die kennis zou de mens geen moreel besef hebben. Er zijn ook nog steeds mensen die geen moreel besef hebben. Psychopaten bijvoorbeeld. Dat zijn mensen die geen besef lijken te hebben van goed en kwaad, alleen van nadeel en voordeel. Als God niet wilde dat we kennis zouden hebben van goed en kwaad, betekent dat dan dat God een voorliefde voor psychopaten heeft?’. ‘Poeh’, zucht Petra, ‘Wat een vraag!’.
‘Ik vraag me af of we Eva niet moeten danken voor het eten van de vruchten van de boom van kennis van goed en kwaad’, zegt ze. ‘En van het feit dat ze die kennis met Adam heeft gedeeld. Misschien had ze veel gulziger moeten zijn zodat die kennis tot in het diepst van onze vezels doordrongen zou zijn’. ‘Je vraagt je dan af waarom God niet wilde dat Adam en Eva van de vruchten van die boom zouden eten. Je zou denken dat dat juist positief is’, concludeert Petra.
‘Behalve als God gehoorzaamheid belangrijker vindt dan een moreel besef’, zegt ze. ‘Maar de enige reden waarom God gehoorzaamheid belangrijker zou kunnen achten dan een moreel besef is als God kritiekloze onderworpenheid prefereert boven mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag’. ‘Eigenlijk precies wat autocraten doen’, merkt Petra op. ‘Precies’, zegt ze.
‘Mijn conclusie is dan ook dat die God uit de bijbel eigenlijk het prototype is van een autocraat. Dat het verhaal in Genesis over de bevrijding gaat van Adam en Eva van een autocratische vaderfiguur. En het was Eva, niet Adam, die hen van die autocratische vader bevrijdde. Adam bleef verstrikt in de relatie met zijn vader en nam Eva kwalijk dat ze hem bevrijd had. En misschien is dat waar we tot op de dag van vandaag nog steeds mee worstelen. We hebben onszelf bevrijd maar lijken ook terug te verlangen naar de situatie waarvan we ons bevrijd hebben’.
‘Maar waarom dan?’, vraagt Petra, die merkt dat ze de gedachtengang van haar vriendin uitermate boeiend vindt, juist omdat die gedachtengang zo afwijkt van de manier waarop ze geleerd heeft naar de verhalen in de bijbel te kijken. ‘Als je God beschouwt als het prototype van de autocraat, die alle verantwoordelijkheid naar zich toetrekt en die alleen maar van je vraagt om hem kritiekloos te gehoorzamen, dan hoef je je niet meer verantwoordelijk te voelen voor je eigen gedrag. Dan hoef je niet te kiezen tussen goed en kwaad. Dat wordt dan voor je gedaan.
En zelfs als je dan dingen doet die je volgens je geweten niet zou moeten doen, kun je jezelf wijs maken dat je het juiste doet, niet door je geweten te volgen, maar juist door jezelf weer afhankelijk te maken van de gehoorzaamheid aan een autocraat. Je kunt er voor kiezen om vrij te zijn, maar je kunt er ook voor kiezen om onvrij te zijn. Ik denk dat als mensen onzeker zijn ze eerder voor onvrijheid kiezen. Die onzekerheid zorgt er voor dat je bang bent voor de verantwoordelijkheid die bij de vrijheid om naar je eigen geweten te handelen hoort. En die angst kun je bezweren door die vrijheid uit handen te geven en over te dragen aan een autocraat’.
‘Vandaar dat mensen zich zo kritiekloos achter een autocraat kunnen scharen’, vult Petra aan.
‘Precies’, zegt ze. ‘En die monotheïstische religies waar zoveel mensen in geloven, voeden het idee dat het moreel juist zou zijn je kritiekloos te voegen naar een autocraat, in dit geval God. Mijn stelling is dat je je geweten moet volgen. Altijd. Dat is de enige manier om op een morele wijze in de wereld te staan. Mensen die zich onderwerpen aan een autocraat zijn moreel gezien gewoon lui. Je hoort je verantwoordelijkheid te nemen voor de keuzes die je maakt en de gevolgen van die keuzes’.
‘Amen’, zegt Petra en staat op om de tafel leeg te ruimen. Even later staan ze samen aan de afwas en zingen ze samen een lied van meer dan eeuw oud.
- Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer,
en als je het straks anders wilt, kan dat niet meer,
mens durf te leven!Het leven is prachtig, het leven is mooi,
maar vlieg uit in de lucht, en kruip niet in een kooi,
mens durf te leven!Je hoofd in de hoogte en je neus in de wind,
en lap aan je laars wat een ander ervan vindt,
hou een hart vol van liefde en van warmte in je borst,
en blijf op jouw vierkante meter een vorst,
wat je zoekt kan geen ander je geven,
mens durf te leven!Dirk Witte 1917
Ruud Moors’ eerdere wekelijkse bijdragen aan dit magazine vind je hier: