Haar moeder hield van dansen. Haar vader hield van haar moeder. Dus reden haar ouders, elke zaterdagavond, op de brommer, naar Kan, vlak over de grens, waar dancings de hele nacht open waren en ze tot in de vroege uurtjes uit konden gaan. Terwijl haar vader aan de toog zat te ouwehoeren, danste haar moeder met de mannen die haar ten dans kwamen vragen. Dat ze, ook toen ze al in de veertig was, nog steeds aantrekkelijk was voor mannen, streelde haar ego. Met een glimlach op zijn gezicht ontving haar vader de complimenten die andere mannen over de schoonheid van zijn vrouw gaven. Hij nam haar na het uitgaan immers mee terug naar huis.

In die dancing kwamen Walen, Vlamingen, Nederlanders, Italianen en Spanjaarden bij elkaar. Ze spraken weliswaar elkaars taal niet altijd, maar de taal van het dansen beheersten de meesten wel. En ook als er niet werd gedanst wisten de meesten prima met elkaar te communiceren door aan een half woord genoeg te hebben en door gebarentaal. Even zwaaien met je vinger en het was duidelijk dat je een rondje gaf. Een duim omhoog gaf aan dat dat gewaardeerd werd. In de dancing deden de onderlinge verschillen er niet zo toe. Als het maar gezellig was.

Haar ouders kwamen meestal rond een uur of drie ’s nachts thuis, omdat ze op zondag om half elf weer in de kerk moesten zijn. Haar moeder had haar verteld dat ze voor het slapen gaan wel nog altijd even de liefde bedreven. Waarom ze het belangrijk vond dat met haar dochter te delen, wist ze eigenlijk niet. Haar moeder was nogal trots op het feit dat zij en haar man een goede seksuele relatie hadden.

Ze was veertien toen haar moeder haar, na de mis, vertelde over een gebeurtenis tijdens het uitgaan van de dag ervoor. Dart deed haar moeder wel vaker. Vooral om met haar en haar broers te delen hoe aantrekkelijk ze blijkbaar nog was, omdat de mannen op een rij stonden om haar ten dans te vragen. En dat die mannen haar tijdens het dansen complimenteerden met haar uiterlijk. Daar had ze niet alleen op dat moment zelf van genoten, maar ze genoot er ook van om daar aan terug te denken en het te delen met haar kinderen. Maar dit keer vertelde ze een iets ander verhaal. 

Ze vertelde dat er twee mannen waren die altijd samen naar de dancing kwamen en haar om de beurt allebei ten dans vroegen. ‘En met die mannen kan ik goed dansen’, merkte haar moeder met genoegen op. Op een gegeven moment had iemand opgemerkt dat die twee homoseksueel zouden zijn. ‘Nou en’, had haar moeder tegen diegene gezegd, ‘ik kan heerlijk met ze dansen’. ‘Ja maar, ze zijn homo’, had die persoon nog even benadrukt. ‘Alsof mij dat iets uit zou maken’, had haar moeder tegen haar en haar broers gezegd, ‘als één van jullie homoseksueel zou zijn, zou mij dat niks uitmaken. Ik zou echt niet minder van je houden’. ‘Dat geldt ook voor mij’, had haar vader gezegd.

Niet veel later was Herman uit de kast gekomen. Haar ouders hadden wel even een zucht geslaakt. ‘Weet je Herman’, had haar vader gezegd, ‘ik heb persoonlijk geen moeite dat je je tot mannen aangetrokken voelt, maar ik had toch liever gehad dat je gewoon heteroseksueel zou zijn geweest’. ‘Terwijl je laatst beweerde dat je het gewoon zou accepteren!’, riep Herman geïrriteerd uit. ‘Dat doe ik ook’, zei vader, ‘maar anderen niet. Dus ga je het nog moeilijk krijgen. En ik zou liever hebben dat je dat bespaard zou blijven’. ‘Anderen zijn niet zo ruimdenkend als wij’, had moeder toegevoegd. 

Maar toen zij, drie jaar later, te kennen gaf op vrouwen te vallen, was moeder veel minder ruimdenkend. ‘Ik kan me niet voorstellen dat je met een vrouw zou willen vrijen’, was haar reactie geweest. ‘O, dat Herman op mannen valt kan je je wel voorstellen, maar dat ik op vrouwen val niet’, had ze boos geantwoord. ‘Volgens mij is dit gewoon een fase waar je doorheen moet’, meende haar moeder. ‘Dat gaat vanzelf wel weer over als je de juiste man tegen komt’. ‘Sodemieter op mam’, had ze gezegd, ‘wat is dat nou voor een idiote reactie’.

Haar vader had juist heel begrijpend gereageerd. ‘Op wie je ook valt, uniek kind van me, had hij gezegd, ‘het is mij om het even’. Door de manier waarop hij het zei had ze geweten dat hij het meende. ‘Maar bij Herman had je liever dat hij hetero was’, sputterde ze nog even tegen. ‘Weet je wat het gekke is’, had haar vader geantwoord, ‘mannelijke homoseksualiteit roept veel meer weerstand op dan homoseksualiteit bij vrouwen’. ‘Ik raad je wel aan om er niet al te nadrukkelijk mee te koop te lopen’, had hij er nog aan toegevoegd.

Haar moeder bleef echter volhouden dat het maar een fase was. ‘Jij bent gewoon honderd procent vrouw. Het is onmogelijk dat je niet op mannen valt’. ‘En dat maak jij uit?’, zei ze kwaad. ‘Ja’, zei haar moeder, ‘ik ken je toch. Je wilt gewoon aandacht. En je denkt; als Herman aandacht krijgt omdat hij homo is, dan kan ik die kaart ook wel even trekken’. ‘Kom op mam, waar zie je me voor aan!’, was haar reactie geweest. Op de een of andere manier wilde het niet tot haar moeder doordringen dat haar dochter zich werkelijk niet tot mannen aangetrokken zou kunnen voelen.

Eigenlijk paste dat ook wel bij haar moeder. Haar moeder had viool willen leren spelen, maar had daar nooit de gelegenheid voor gehad. Dus vond haar moeder dat zij op vioolles moest. Dat ze liever piano wilde spelen, wilde er bij haar moeder niet in. ‘De klank van een viool is zo prachtig, zo zacht en romantisch, zo ontroerend, daar kan een piano niet tegenop’, volgens haar moeder. Het was aan haar vader te danken dat ze uiteindelijk toch op pianoles mocht. 

Hij had ergens goedkoop een piano op de kop weten te tikken en had haar moeder streng toegesproken. ‘Als je dat unieke kind dwingt om viool te spelen, dan zal het alleen maar een hekel aan die viool krijgen. Dan is de kans groot dat het helemaal geen instrument zal willen bespelen. Maar als het piano leert spelen, kan het altijd nog overstappen op een ander instrument. Dan is de liefde voor muziek gewekt, en dat is het belangrijkste’. ‘Ja maar een viool is zoveel mooier’, had haar moeder nog geprobeerd. ‘Dat is zo’, had haar vader diplomatiek geantwoord, ‘maar daarom is het des te belangrijker dat je er voor zorgt dat ze geen hekel aan dat instrument krijgt. Dan kan ze beter eerst een ander instrument leren bespelen, en misschien dat ze daarna wel overstag gaat voor een viool’. Daar had haar moeder geen weerwoord op gehad. En dus mocht ze dankzij haar vader, op pianoles.

Op de een of andere manier had haar moeder er altijd moeite mee gehad een onderscheid te maken tussen haar eigen wensen en de wensen van haar dochter, alsof ze het logisch vond dat haar dochter volledig in haar voetsporen zou treden. Hoe zou die dochter anders gelukkig kunnen worden? 

Zij had zelf altijd enorm genoten van mannelijke aandacht. Die aandacht leek voor een groot deel haar identiteit te bepalen. Alsof het voor haar onmogelijk was om een volwaardige vrouw te zijn zonder die mannelijke aandacht. Hoe kon haar dochter een vergelijkbare identiteit opbouwen als ze niet op mannen viel? Haar moeder kon en wilde zich daar niets bij voorstellen. Dus hield ze vol dat alle vriendinnen van haar dochter gewoon vriendinnen waren en meer niet. Ze zou de ware man nog wel tegen komen en dan zou ze als een blok voor die man vallen. Daar was haar moeder heilig van overtuigd. En die aantrekkingskracht op vrouwen, dat kon niet anders dan alleen maar een fase zijn.

Ook toen haar dochter geen rokken maar broeken wilde dragen, begreep ze daar niets van. ‘Je hebt zulke mooie benen’, zei ze, ‘en dan laat je die niet zien’. ‘Ik heb ook heel mooie borsten mama’, had ze geantwoord, ‘maar die laat ik ook niet altijd en overal aan iedereen zien’. Ja, maar dat is iets anders’, beweerde haar moeder. ‘Waarom?’, had ze gevraagd. ‘Doe niet zo stom’, was haar moeder’s reactie geweest. ‘Ach, je bent net als koningin Victoria’, had ze gezegd, ‘die wilde ook niet weten dat er zoiets als lesbische vrouwen bestonden’. ‘Een verstandige vrouw’, had haar moeder geconcludeerd. ‘Ja ma’, had ze kwaad geantwoord, ‘heel erg verstandig. Op het krankzinnige af’.