de griffioen sessies

de griffioen sessies
- mondharptrio aubergine

 

 

Tegen het einde van Great Balls of Fire stak Jerry Lee Lewis een keer zijn piano in brand en riep tegen Chuck Berry, die na hem het toneel op moest "Ga daar maar eens overheen!". Jimi Hendrix bespeelde zijn gitaar met zijn tanden, The Who schopte een compleet drumstel van het podium terwijl de gitaren aan diggelen werden geslagen, en David Bowie werd toen hij 65 werd vooral geprezen vanwege het feit dat hij in zijn muzikale loopbaan vijf keer van imago gewisseld was. Muziek lijkt soms, kortom, vooral entertainment, zoals je ook aan de diverse talentenjachten op tv kunt zien. De muziek lijkt daarbij van ondergeschikt belang - dat gaat zo ver dat je zelfs in een modern serieus stuk een viool vertrapt kunt zien worden vanwege het shock-effect.

En dan zien we hier drie heren met het nietigste muziekinstrument dat je je maar voor kunt stellen - de mondharp. De muzikant moet daarbij zelf voor de klankkast zorgen, want zelfs dat heeft dit instrument niet. Dat betekent dat enige mogelijkheid tot het bieden van visueel spektakel of andere vormen van entertainment nauwelijks mogelijk zijn. We gaan hier dus terug naar waar het de echte muziekliefhebber uiteindelijk om gaat: de muziek.

Doordat de mondharp geen klankkast heeft vormt de muzikant die met zijn mond. Dat betekent in de praktijk dat je in dit geval drie virtuozen aan het werk hoort die niet alleen dat kleine instrument bespelen maar die ook hun mond in de strijd gooien. Anders dan zangers of zangeressen die ook hun eigen lichaam als klankkast gebruiken, kunnen zij niet met theatrale gebaren hun muziek kracht bijzetten, want ze hebben allebei hun handen en hun mond nodig.

De Griffioen Sessies is de vijfde cd van Mondharptrio Aubergine, en tot mijn lichte verbijstering is hij net zo verrassend als de eerste, en bij die eerste veerde ik als recensent al op, want hier kwam iets buitengewoon ongewoons langs. Driestemmige mondharpmuziek met boventonen (die overigens nog beter klinken als je de heren live hoort in een ruimte met een goede akoestiek, want dan gaan die boventonen op een bepaald moment de hele ruimte vullen, want een buitengewoon indrukwekkend effect geeft).

Ze zouden er gemakkelijk new-age-achtige, doodsaaie meditatiemuziek van hebben kunnen maken, maar dit trio gaat de diepte en de breedte in. Ze weten een spanningsboog vast te houden en nemen je mee op een muzikale avonturentocht in het land van het "mystiek minimalisme", of noem het avontuurlijke avantgarde, met wat wereldmuziek, jazz, impro, met "serieus modern klassiek" erdoorheen. Je kunt vergelijkingen maken met iemand als Arvo Pärt of minimal music-componisten, maar soms mag je hier ook gewoon lachen, want dan doet het plinkeploink je even denken aan een cowboyliedje. Etiketjes kun je er niet op plakken, waardoor het voor recensenten lastige muziek is om te omschrijven.

Als je je ogen dicht doet waan je je soms op de steppen van Mongolië en soms in een intieme zomerse Zeeuwse achtertuin. Het is in ieder geval muziek die je niet als achtergrondmuziek moet gebruiken, maar waar je met enige aandacht naar moet luisteren. Dat betekent dat het van een publiek iets meer vraagt dan entertainment (waarbij je vooral je ogen de kost geeft), maar je krijgt er, als je je oren onbevangen open zet, heel veel meer voor terug.

Klik op het driehoekje om het fragment te beluisteren.

 

terug naar de startpagina van moors magazine