De Hongaarse componist Béla Bartók was gek op de plattelandsmuziek van Transsylvanië, en tussen 1909 en 1919, lang voordat zoiets als ethnomusicologie werd aangeduid, nam hij duizenden volksliederen op, op Edison wascilinders en noteerde ze vervolgens zorgvuldig in partituren. Bartok gebruikte die muziek ook in zijn eigen composities, waar ze een transformatie ondergingen, en datzelfde is eigenlijk wat er gebeurt op het album Cantica Profana.

Pianist Lucian Ban, altviolist Mat Maneri en John Surman op basklarinet en sopraansaxofoon proberen de basiselementen uit de opnames van Bartók uit te vouwen tot er een nieuwe muzikale wereld ontstaat, en dat is een buitengewoon en fascinerend proces om als luisteraar te volgen.

De schoonheid, het mysterie en de kern van deze Transsylvaanse volksliedjes, de redenen waarom Bartok er zo gepassioneerd van was geraakt, komen in de improvisaties van dit sublieme trio op een totaal andere manier dan bij Bartók, maar zeker niet minder sterk, bij de luisteraar binnen.

Ban duikt af en toe in de piano om aan de snaren te tokkelen, terwijl Maneri’s altviool soms microtonen produceert die doen denken aan de blues, arabische melodieën en traditionele Japanse muziek, terwijl er uit andere delen van de wereld ook het een en ander geleend wordt, wat deze muziek alleen maar fascinerender maakt.

Ik kan hier maar een paar fragmenten laten horen, en ik adviseer je om daarna naar bandcamp te gaan, waar je het hele album kunt beluisteren voordat je het voor een spotprijs aanschaft. En dat is zeker aan te raden, want dit is muziek waar je niet snel genoeg van krijgt.

  • Cantica Profana – Lucian Ban, John Durman, Mat Maneri – The Bela Bartok Field Recordings – distr XangoBandcamp

Luister hier naar een paar fragmenten: