Het laatste album van Maura O’Connell was het wachten (na meer dan vijf jaar) meer dan waard, want het is een album geworden dat van begin tot eind voor kippenvelmomenten zorgt. O’Connell heeft hier iets gedaan dat ze al jaren wou, maar waar met name de platenmaatschappij wat huiverig voor was, omdat het geen muziek zou opleveren die op de radio snel gedraaid zou worden.

Ze wou namelijk een cd opnemen met enkel stemmen – a capella dus. En dat is het gelukkig ook geworden, waarbij niet de minsten meezingen. Dolly Parton is voor de gemiddelde muziekliefhebber de bekendste naam, maar ook Alison Krauss zingt mee, Jerry Douglas (die we toch vooral kennen als dobrospeler), Paul Brady, Mary Black, Tim O’Brien, en van de jongere generatie de zangeressen van de Duhks (Sarah Dugas) en Crooked Still (Aoife O’Donovan).

Dat levert een aantal bloedstollende koortjes op en een paar adembenemende duetten. O’Connell zingt ook wat nummers solo, en ook daar weet ze je midscheeps te raken. Tranen, een brok in de keel en kippenvel, je kunt het allemaal verwachten als je naar dit album gaat luisteren. Naast een paar in het Keltisch gezongen traditionals hoor je ook liedjes van Joan Armatrading (het prachtige Weakness In Me heb ik nog nooit zo mooi gehoord), Elvis Costello (het bloedstollende en nog steeds zeer actuele Shipbuilding), Janis Ian, Darrell Scott en Holly Near’s adembenemde Hay Una Mujer Desapercida. We laten hier een fragment van het laatste en het eerste nummer op de cd horen.

Een absolute aanrader, maar dat begreep je waarschijnlijk al, en een album om voor altijd in de eregalerij van Absolute Meesterwerken te plaatsen.

Dit album uit 2009 blijkt achteraf ook haar laatste album te zijn.

Klik op het driehoekje om het fragment te beluisteren.