Amparo Sanchez ken ik nog wel als de ongelofelijk energieke frontvrouw van de band Amparanoia. In 2014 schreef ze de autobiografie La Niña y el Lobo oftewel “het meisje en de wolf” over haar heftige jeugdjaren in de jaren tachtig en negentig in Granada. Het solo-album dat ze nu gemaakt heeft onder dezelfde titel kun je beluisteren als de soundtrack van een zware jeugd, die haar toekomst nogal fors bepaald heeft.

Het idee voor het album ontstond toen ze in 2019 besloot van Barcelona terug te keren naar Granada, waar ze ook weer ging samenwerken met twee gitaristen uit de flamencoscene, Víctor Iniesta Iglesias en Eduardo Espín Pacheco. Dat pakt geweldig uit, want hier ontstaat dezelfde tomeloze energie die we kenden van Amparanoia. De gitaristen zijn op een spetterende manier op dreef, en de zangeres is met haar licht hese stem en haar volle overgave aan de liederen die zingt volstrekt onweerstaanbaar.

Negen van de tien nummers zijn covers, en dan moet je best lef hebben om Gracias a la Vida, het kippenvellied van Mercedes Sosa, aan te durven, maar Sánchez doet het meer dan voortreffelijk, want het kippenvel bleef ook hier niet uit. Veneno is het enige zelfgeschreven nummer op dit album, en ook dat is een subliem juweeltje. Een geweldig album!

Luister hier naar een paar fragmenten:

amparo sánchez - la pistola y el corazon     
amparo sánchez - veneno     
amparo sánchez - gracias al la vida