|

 |
In 1967 werd er op de Duitse televisie een
Japanse serie uitgezonden, waarvan ik toen dacht dat het een lange
televisieserie was. Later bleek dat het om een film ging die in drie delen
gemaakt is, en die in zijn geheel bijna tien uur duurt. Hij heette
Barfuss durch die Hölle. De Japanse titel is Ningen no Joken, in
het Engels werd het Human Condition.
In 1967 was ik vijftien, en op zaterdagavond mocht ik uit tot tien uur.
Daarna gingen mijn ouders dansen in Kanne, een Belgisch dorp vlak over de
grens bij Maastricht. Wij, mijn broer Ruud en ik, waren altijd stipt om tien
uur thuis, want vlak daarna begon "Barfuss", en dat wilden we voor geen geld
missen.
Achteraf is het natuurlijk opmerkelijk dat we
overtuigde pacifisten zijn geworden dankzij een Japanse film die op de
Duitse televisie werd uitgezonden, maar toen hebben we alleen maar ademloos
zitten kijken naar deze anti-oorlogsfilm.
Het verhaal:
Het is 1943, en een werknemer van een Japanse staalfabriek wordt aangesteld
als directeur in een mijn in Mantsjoerije, dat door Japan bezet is. Kaji, de
hoofdpersoon van de film, wordt er heengezonden omdat hij er van overtuigd
is dat als je de arbeiders wat menselijker behandelt ze beter zullen
presteren. De aanstelling betekent voor hem ook dat hij bij het leger wordt
ingezet en dat hij kan trouwen met zijn geliefde Michiko. Ze gaan met zijn
tweeën naar Mantsjoerije. In de mijn worden zijn pogingen de Chinese
arbeiders menselijker te behandelen gedwarsboomd door een schofterige
opzichter, Okazaki. Het wordt nog moeilijker als hij ook nog de leiding
krijgt over een speciaal kamp met zeshonderd verhongerende krijgsgevangenen.
Een legerofficier vertrouwt hem toe dat het hem niks kan schelen dat die
mensen sterven, zolang ze maar niet ontsnappen. Er gaat van alles mis, hij
wordt regelmatig verkeerd begrepen, gesaboteerd en op een bepaald moment
wordt hij zelfs bijna geëxecuteerd omdat hij de onthoofding van een aantal
krijgsgevangenen heeft voorkomen. Hij wordt wel gevangen gezet en in de
legergevangenis zwaar mishandeld. Tenslotte wordt hij vrijgelaten, maar hij
wordt meteen gedwongen in het leger te gaan. Hij wordt weggestuurd zonder
dat hij afscheid kan nemen van zijn vrouw.
In deel twee zit Kaji in het ijskoude noorden van Mantsjoerije, waar hij
wordt getraind in het leger van Kwantung. Hij wordt scherp in de gaten
gehouden omdat een politierapport hem tot communist bestempeld heeft. Als
het legeronderdeel naar het front zal vertrekken mag hij van de commandant
één nacht met zijn vrouw Michiko doorbrengen. Het leven aan het front is een
regelrechte hel en een van zijn kameraden pleegt zelfmoord. Na de Duitse
capitulatie wordt de slecht bewapende eenheid van Kaji aangevallen door
Russische troepen. Tanks tegen geweren. Kaji overleeft het slagveld en gaat
op zoek naar andere overlevenden.
In deel drie wordt Kaji door de Russen gevangengenomen, en dat voelt niet
bepaald als een bevrijding. Het Russische krijgsgevangenenkamp wordt geleid
door Japanners die zich daar ernstig misdragen. Kaji vermoordt op het laatst
in zijn wanhoop zelfs iemand en ontvlucht het kamp, naar Siberië, en hoopt
zijn vrouw terug te vinden. Vlakbij zijn huis vriest hij dood.
Regisseur Masaki Kobayashi zat zelf in het
Japanse leger in Mantsjoerije van 1942 tot 1944, waar hij, uit protest tegen
de oorlog, weigerde te worden gepromoveerd boven de rang van soldaat. De
film is gebaseerd op de roman Ningen no Joken van Jumpei Gomikawa, maar het
zal duidelijk zijn dat Kobayashi ook het nodige van zijn eigen ervaringen in
de film verwerkt heeft. Niet alleen de Japanners komen er in de film slecht
af, ook de Stalinistische Russen worden genadeloos neergezet. Een film die
een diepe indruk achterlaat, en die voor mijn eigen ontwikkeling heel
belangrijk is geweest.
terug naar de startpagina van moors magazine
|