boeken...

sluimerende letteren - 1
- voorzichtig gewekt door hans schoen

Wekelijks zal hier een klein stukje staan over literaire faits divers, zoals deze liggen te sluimeren op de zolder van mijn geheugen. Het zal meestal handelen over vergeten of half-vergeten schrijvers of over kleinigheden van letterkundige aard. De actualiteit zal geheel geschuwd worden. Kortom tres petite histoire literaire. 

Ik zou zeggen : ga er voor zitten, dat doen de drie heren hiernaast namelijk ook.

 

 

 

de titaantjes... 

Dit beeldje van de beeldhouwer Hans Bayens moet de Titaantjes naar het befaamde verhaal van de schrijver Nescio voorstellen. Het beeldje staat al sinds 1971 in het Oosterpark te Amsterdam. Op de sokkel staat de overbekende openingszin van het verhaal: “ Jongens waren we… maar aardige jongens.” Titaantjes is het schoolvoorbeeld van de Sturm und Drang-periode van de jeugd met z´n richtingloze  rebellie: “ Wat we eigenlijk doen zouden is ons nooit duidelijk geworden. Iets zouden we doen.”  Geschreven in 1914 werd het bij voorbeeld enkele jaren geleden nog weer met tekeningen van Joost Swarte herdrukt.

titaantjes geïllustreerd door swarte... 

Maar wat is dit beeldje een affront voor het verhaal en de schrijver die het zegt te willen eren.

De aardige jongens zaten juist niet op een bankje in het park maar stonden er buiten. Gezeten zijn was zowel letterlijk als figuurlijk wat ze niet wilden. In plaats van het bevlogen vijftal maatschappelijk opstandigen uit de tekst zijn ze gedegradeerd tot een uitgezakt trio burgermannetjes.
Terwijl het er zo in de fictieve werkelijkheid van het verhaal aan toeging:

“Heele zomernachten stonden we tegen ´t hek van ´t Oosterpark te leunen en honderd uit te boomen. Een heel kamerameublement zou je daaraan hebben kunnen verdienen, als je dat allemaal had kunnen onthouden. Er wordt toch zoveel geschreven tegenwoordig.

Dikwijls waren we ook minder spraakzaam. Aan den rand van ´t trottoir zaten we tot lang na twaalven, zoo maar op de straatsteenen, en waren weemoedig en tuurden naar de klinkers, en van de klinkers naar de sterren.”

De schrijver Nescio (pseudoniem voor J.H.F. Grönloh) kon als je de schaarse bronnen leest behoorlijk humeurig zijn. Hij had er wel weg mee geweten… Edoch hij stierf al in 1961.

Zijn vrouw deed de onthulling en liet zich van haar milde kant zien:De drie jongens op de bank waren mijn man en twee vrienden, jongens van 19-20 jaar. Ze wilden de wereld veranderen, niets deugde er, enz. enz. Ik ben nu oud en als ik denk aan de tegenwoordige jeugd, die ook de wereld wil veranderen, die hetzelfde voelt als de Titaantjes, dan zeg ik: ga door Titaantjes, er zal daardoor zeker wat ten goede veranderen.”
 

Hans Schoen 

P.S. Dat je met drie literaire helden best iets met hekken, muurtjes en randen kan doen laat het beeldje aan de haven in Hoorn zien van het onsterfelijke Fabritius jeugdboek De Scheepsjongens van Bontekoe

de scheepsjongens van de bontekoe...

 

terug naar de startpagina van moors magazine