boeken...

sluimerende letteren - 3
- voorzichtig gewekt door hans schoen

Wekelijks zal hier een klein stukje staan over literaire faits divers, zoals deze liggen te sluimeren op de zolder van mijn geheugen. Het zal meestal handelen over vergeten of half-vergeten schrijvers of over kleinigheden van letterkundige aard. De actualiteit zal geheel geschuwd worden. Kortom tres petite histoire literaire. 

 

een gezelschap...

De schrijver

De letteren hebben even lang en diep gesluimerd, maar hier is dan het vervolg op het fotoraadsel van de tweede aflevering. De schrijver die met A. Roland Holst en enige dames en een derde heer aan het terrastafeltje zat is Piet Jansen (1907-1994). Althans dat was zijn echte naam maar hij schreef onder het pseudoniem Aar van de Werfhorst; debuut 1932, grootste succes - maar niet meer zo leesbaar – De groote, stille knecht (zie Paul Citroen-omslag in de vorige aflevering; tevens een van de weinige romantitels met een komma erin), laatste roman in de jaren vijftig: de tetralogie De eenzame. Een titel die gelijk het aantal lezers aangaf.

Onze Aar zit hier in juni 1947 in Ascona (een van Roland Holst´s bezielde dorpen annex kunstenaarskolonies annex groupie-gelegenheden). Roland Holst is in gezelschap van zijn vriendin, de actrice Asta Lee (een knipperlichtrelatie; regelmatig was het Asta Basta, volgens een van de zouteloze bon mots waar Roland Holst een leven lang in grossierde). Van de Werfhorst was samen met Adri Maaskant die niet zo lang geleden overleed en tot dan de literaire erfenis van van de Werfhorst beheerde; geen flauw idee waar die nu onderdak heeft. Hopelijk is deze toch ergens in goede handen, omdat van de Werfhorst interessant genoeg is voor een biografische schets (zo was zijn levensgezel Hein Vos na de oorlog minister en Aar zijn secretaris; een toen toch niet zo alledaagse relatie).

Waren Roland Holst en van de Werfhorst dan zo bevriend dat ze in elkaars gezelschap op vakantie naar Zwitserland gingen? Nee. Maar uit de verrukkelijke Roland Holstbiografie van van der Vegt kunnen we leren dat in de oorlogswinter van 1944 de twee bij de uitgever Alice von Eugen-van Nahuys in Laren een verwarmde kamer deelden waar ze beiden konden schrijven. Dus was er reden genoeg om een toevallige ontmoeting in Zwitserland te vieren. Dat de oorlog niet zo lang geleden is, zie je aan de hartstochtelijk onbekommerde wijze waarop er gerookt wordt. Verder valt de geposeerde blik van Roland Holst als altijd op (wie zou trouwens de foto genomen hebben: een zesde gezelschapslid of de ober?).

Meer valt er over deze foto niet te zeggen. Behalve dat ik een paar jaar geleden bij een antiquariaat een vierde druk kocht uit 1947 van de bundel De Wilde Kim van A. Roland Holst en daar tot mijn verbazing deze twee handtekeningen in vond.

handtekeningen van roland holst en van de werfhorst

Je zou denken dat degene die deze bundel bezat, ook niet ver van dat terrastafeltje in Ascona moet zijn geweest: de fotograaf, de onbekende dame?

Een beetje literaire speurneus zou beginnen met te kijken wanneer in 1947 de bundel verscheen, voor of na Ascona…maar ik moet de vuilnisbak buiten zetten en de hond uitlaten.

Het werk

Er zijn 2 werken van van de Werfhorst die blijvend tot de provisiekast in de bijkeuken van het literaire huis gerekend kunnen worden: de novelle Madame Jatzkowa (1941) en de roman De Winterkraaien (1945). De eerste is een boekje dat ik geregeld herlees, omdat het van de eerste bladzij tot de laatste in een puntgave, betoverende stijl geschreven is met een vederlichte ironische toets. De beginzinnen luiden: "Het huis was gelegen in een grooten tuin. Over dien tuin en over dat huis werd veel gesproken. Niet omdat de tuin zoo slecht onderhouden werd en ook niet omdat het huis bijna geheel van hout was. Over het witte huis en over den grooten, verwilderden tuin werd zoveel gesproken, omdat er in dien tuin vreemde dingen gebeurden – schaamteloos gebeurden – en omdat in dat huis drie vrouwen woonden, die van lichte zeden waren." De inzet van een sprookjesachtig verhaal over een negentiende eeuws bordeel in Kampen, bestierd door een Russische madame die met een generaal is meegekomen uit Parijs. Sprookjesachtig is ook De Winterkraaien maar dan van het lugubere en aangrijpende soort: acht veenwerkers verdrinken in een storm als ze in de roeiboot de vaart oversteken beladen met stobben op weg naar huis en dan gaat het vervolgens over wat er om gaat in de hoofden van hun vrouwen die achterblijven…

De Arbeiderspers heeft in de jaren vijftig in een onmetelijke oplage een van de Werfhorst omnibus uitgegeven, voor zover niet allemaal reeds lang bij het oud papier beland, is het een typisch, bijna gratis rommelmarkt product waarin deze twee juweeltjes staan.

Hans Schoen

PS Er is een aardig interview op internet te vinden op de site www.wieiswieinoverijssel.nl  met Aar van de Werfhorst, die weliswaar altijd over Oost-Nederland schreef maar absoluut geen streekschrijver was. Meer een neo-romanticus die een kwart eeuw te laat geboren was om bij het grote leespubliek van de van Schendels en de J.C. Bloems te horen.

Volgende week: wat moest J.C. Bloem nou toch domweg in juist de Dapperstraat?

de groote, stille knecht

terug naar de startpagina van moors magazine