Als je hem op de foto ziet staan naast Darrell Scott zie je pas goed hij breekbaar en fragiel Malcolm Holcombe oogt. Ook als je de man ziet optreden valt het elke keer op dat hij bijna uit elkaar valt van ellende – kromgebogen over zijn gitaar, met de uitstraling van een junkie of een zware alcoholist. Maar dan gaat hij spelen en zingen, en dan raak je al snel onder de indruk van de liedjes die deze man schrijft en speelt. Hij zingt soepel en jazzy en zijn teksten zijn intelligent en raak. En ook zijn gitaarspel is verrassend anders en goed.

Zijn nieuwe, inmiddels al vijftiende, studioalbum werd geproduceerd door niemand minder dan Darrell Scott, die Holcombe hoog heeft zitten als liedjesschrijver. Holcombe is niet wat je noemt een “mooie” zanger met zijn roestige bariton, maar het is wel een stem die bij je binnenkomt, en hij zingt op een zelfde relaxte manier als een Tom Waits of JJ Cale dat ook konden, een beetje gruizig, ruw aan de randjes, maar tegelijkertijd ontspannen.

Naast Darrell Scott, die af en toe een tweede stem levert maar die ook een heel arsenaal aan instrumenten bespeelt hoor je hier nog meer topmuzikanten, als Jared Tyler op mandoline en dobro, Verlon Thompson op gitaar, de onvolprezen Kenny Malone op percussie, Jelly Roll Johnson op mondharmonica, Mike McColdrick op Ullean pipes en fluiten en Joey Miskulin op accordeon. En dan heb ik ze nieteens allemaal genoemd. Het mooie is dat Holcombe dan tussen de bedrijven door in één nummer laat horen dat hij het alleen met zijn gitaar soms ook heel goed af kan, want dat ene nummer is dan op dat moment wel zo indrukwekkend. Maar die arrangementen met band pakken toch ook wel heel erg goed uit, moet ik zeggen. Topalbum, met sublieme liedjes. Er zit geen zwak moment tussen.

Luister hier naar een paar fragmenten:

malcolm holcombe - crippled point o'view     
malcolm holcombe - bury england     
malcolm holcombe - damn weeds