Een keer in de paar jaar komt er een nieuw studioalbum uit van het Australische trio The Necks, en dat is altijd een album om je handenwrijvend op te verheugen, want The Necks is geen normale band. De eerste keer dat ik ze zag optreden herinner ik me nog buitengewoon goed – ze begonnen te spelen, een beetje rommelig, een beetje ongestructureerd leek het wel, maar binnen vijf minuten zat de hele zaal gebiologeerd te luisteren naar wat deze drie virtuoze musici deden – bijna niets, leek het wel, verschuiven van structuren, de klankkleur een beetje aanpassen, en je zat op het puntje van je stoel tot een kwartier later ineens een uur verstreken bleek te zijn.

Hun composities lijken steeds spontaan tijdens het spelen te ontstaan en duren meestal ongeveer een uur. Body, hun nieuwe studio-album, duurt ook bijna een uur, en werkt net zo – je gaat zitten, ze beginnen te spelen en na een kwartier blijkt er een uur verstreken te zijn, en in de tussentijd heb je dan ook nog eens een brok pokkeherrie langs horen komen.

De band evolueert, de mannen raken nog steeds beter op elkaar ingespeeld, lijkt het, en weten nog steeds onbekende muzikale gebieden te exploreren. Spannende muziek, die op een vreemde, onnadrukkelijke manier spannend is – de mannen weten namelijk de aandacht continu vast te houden met minimale middelen.

Chris Abrahams speelt piano en keyboards, Tony Buck drums, percussie en gitaar (die laatste dit keer nadrukkelijk aanwezig) en Lloyd Swanton contrabas. Body is hun twintigste album, en opnieuw een verbazingwekkend en totaal nergens mee te vergelijken meesterwerk. Ik laat vier fragmenten horen uit de compositie die ruim 56 minuten duurt – dat is eigenlijk een doodzonde, omdat het stuk te mooi uitgebalanceerd is om in stukjes te knippen, maar je krijgt zo wel een beetje een idee van hun muziek.

Luister hier naar een paar fragmenten:

the necks - body - begin     
the necks - body - fragment 2     
the necks - body - fragment 3     
the necks - body - fragment 4